Einde inhoudsopgave
De verklaring voor recht (BPP nr. XVIII) 2015/45
45 De functie van de Feststellungsklage
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens, datum 23-03-2015
- Datum
23-03-2015
- Auteur
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens
- JCDI
JCDI:ADS394687:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Voetnoten
Voetnoten
De Feststellungsklage is de Duitse equivalent voor de Nederlandse vordering die strekt tot verklaring voor recht. De Feststellungsklage is geregeld in § 256 ZPO (Zivilprozessordnung).
Jacobs 2005, p. 219.
Zie bijvoorbeeld HR 15 december 1939, NJ 1940, 206 (V.I.B. 39/Staat); HR 30 maart 1951, NJ 1952, 29 (Dominee); HR 22 januari 1993, RvdW 1993, 39 (Weduwe Rost van Tonningen) en HR 15 oktober 1993, NJ 1994, 8 (Molukse kerkgenootschappen).
Zie ook Hugenholtz/Heemskerk 2012, nr. 1: ‘Wanneer partijen een geschil hebben, is de feitelijke en de rechtstoestand tussen hen onzeker en betwist. Het burgerlijk procesrecht heeft ten doel aan deze onzekerheid en strijd een einde te maken door een vonnis van de rechter, dat partijen bindt.’
Jacobs 2005, p. 220.
Volgens Jacobs is er in de Duitse literatuur weinig over de functie van de Feststellungsklage1 geschreven. Schrijvers beperken zich in het algemeen tot de opmerking dat de Feststellungsklage ertoe strekt rechtszekerheid tussen partijen te creëren door middel van het gezag van gewijsde dat het vonnis krijgt2 – een doel dat ook in Nederlandse arresten met de vordering die strekt tot verklaring voor recht in verband wordt gebracht.3 Maar Jacobs stelt terecht dat niet alleen het Feststellungsurteil gezag van gewijsde krijgt. Ook het Leistungsurteil- en het Gestaltungsurteil (constitutieve vonnis) krijgt gezag van gewijsde nadat het in kracht van gewijsde is gegaan.4 Volgens Jacobs moet het gezag van gewijsde van het Feststellungsurteil iets anders opleveren dan het gezag van gewijsde van het Leistungs- en Gestaltungsurteil. Anders zou § 256 ZPO (dat de Feststellungsklage regelt) overbodig zijn, aldus Jacobs.5