Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/6.4.2
6.4.2 Vereenvoudigde aangifte (onvolledige aangifte)
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258456:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 166 DWU.
Artikel 146 GDWU.
Artikelen 146 GDWU.
Artikel 146, lid 3bis, GDWU.
Artikel 146, lid 3ter, GDWU.
Artikel 146, lid 4, GDWU.
Overweging 17 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad met overgangsregels voor enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie voor de gevallen waarin de relevante elektronische systemen nog niet operationeel zijn, en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446), OJ L 69, 15.3.2016, p. 1-313.
Artikel 147, lid 3, GDWU.
Artikel 256, lid 1, TCDW. Tot 16 juli 2020 voorzag artikel 147, lid 3, GDWU in de mogelijkheid om bewijstukken met betrekking tot de douanewaarde binnen de verjaringstermijn van drie jaar in te dienen. Dit ging echter alleen om de ‘bewijsstukken’ en niet om de ‘gegevens’ waar artikel 146 GDWU en artikel 256, lid 1, TCDW naar refereren.
In het DWU is voorzien in de mogelijkheid een vereenvoudigde aangifte (onvolledige aangifte) in te dienen.1 De vereenvoudigde aangifte is, net als de normale aangifte en inschrijving in de administratie, een aangifteprocedure. In de vereenvoudigde aangifte hoeft de douanewaarde nog niet te worden vermeld en mogen in de daaropvolgende aanvullende aangifte de ontbrekende bestanddelen worden ingediend.2 In beginsel moet de aanvullende aangifte tien dagen na vrijgave van de goederen worden ingediend.3 Op de termijn van tien dagen bestaan echter een drietal voor dit onderzoek van belang zijnde uitzonderingen. Ten eerste mag de termijn, wanneer er geen douaneschuld ontstaat, oplopen tot maximaal 30 dagen te rekenen vanaf de vrijgave van de goederen.4 Ten tweede mogen douaneautoriteiten een langere periode van 120 dagen toestaan en in uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde gevallen die verband houden met de douanewaarde van goederen, mogen zij deze termijn zelfs verder verlengen tot maximaal twee jaar vanaf de datum van vrijgave van de goederen.5 De derde uitzondering houdt verband met de bevoegdheid die douaneautoriteiten wordt gegund om een andere termijn dan de tiendagenperiode toe te staan tot de uitrol van het AES-systeem en de upgrade van de desbetreffende nationale invoersystemen.6 Dit betreft echter een overgangsmaatregel.7 De bewijsstukken die ontbraken bij de indiening van de vereenvoudigde aangifte, dienen in het bezit van de aangever te zijn binnen eerdergenoemde termijnen.8
Onder het CDW gold dat bij een onvolledige aangifte de noodzakelijke gegevens of bescheiden voor de definitieve vaststelling van de douanewaarde binnen de verjaringstermijn van drie jaar ingediend moesten worden.9 Het CDW leek op dit punt meer faciliterend voor aangevers.