Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/5.5.6.3
5.5.6.3 Verkoop en overdracht aandelen geen economische activiteit
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS300775:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een goed overzicht van alle reacties de conclusie van A-G Overgaauw bij de zaken 42 863 en 42 868, t.a.p., onderdeel 2.2.10. e.v.
H.W.M. van Kesteren, Verkoop aandelen door moeiende houdster: een prestatie!, NTFR 2004/1704.
M.M.W.D. Merkx, Forfaitair 2005/155.
Gj. van Norden, Het concern in de BTW, diss., Kluwer, Deventer, 1977.
Van Norden, t.a.p. verwijst naar A.H. Bomer en H.W.M. van Kesteren, Niet voor redelijke twijfel vatbaar: verkoop van deelneming is een prestatie, WFR 2003/796, die noemen: Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zweden, Ierland en Finland.
De conclusie van de Hoge Raad dat de verkoop en overdracht van aandelen geen economische activiteit is, is uitgebreid becommentarieerd in de vakliteratuur.1 Het valt buiten het bereik van dit onderzoek om uitgebreid aandacht te besteden aan dit punt, maar er lijkt geen communis opinio te bestaan over het standpunt dat de overdracht van aandelen, met uitzondering van de overdracht in het kader van de handelsactiviteit van een effectenmakelaar, geen economische activiteit is. Er zijn schrijvers, zoals Van Kesteren2 en Merkx3, die zijn blijven verdedigen dat ook de overdracht van aandelen door een als belastingplichtige aan te merken moeiende houdster een economische activiteit is. Voor een voorbeeldige verwoording van dit standpunt verwijs ik hier naar onderdeel 7.4.8. van het proefschrift van Van Norden.4 Hij betoogt uitgebreid, onder verwijzing naar jurisprudentie en literatuur, dat de arresten van de Hoge Raad inzake de verkoop van aandelen onjuist zijn. Zijn conclusie is dat het de Hoge Raad had gesierd als hij zijn standpunt had laten toetsen door het Hof van Justitie EU, temeer daar blijkbaar in een aantal andere EU-landen het heersende standpunt is dat de verkoop van aandelen een vrijgestelde financiële prestatie is.5 In het in onderdeel 4.4.13 besproken SKF-arrest beslist het Hof van Justitie EU dat in casu het houden van de aandelen van de dochtermaatschappij en verbonden onderneming door SKF een economische activiteit vormde; de verkoop van de aandelen is het verlengstuk van deze economische activiteit en valt als economische activiteit zelf ook binnen de werkingssfeer van de btw. De hiervoor genoemde schrijvers zijn daarmee in het gelijk gesteld; HR 14 maart 2003, nr. 38 253, BNB 2003/197 (noot M.E. van Hilten) en HR 9 juli 2004, nr. 38 026, BNB 2004/363, lijken daarmee achterhaald (zie hierna ook onderdeel 5.5.6.6).