Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/7.3.2.4:7.3.2.4 Rente en de onzakelijke lening
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/7.3.2.4
7.3.2.4 Rente en de onzakelijke lening
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS401799:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
§8Abs. 3 S. 3 KStG zorgt er voor dat de winst bij de debiteur als gevolg van de informele kapitaalstorting niet wordt verhoogd. §8 Abs. 1 S.1 KStG jo. §6 Abs. 6 S. 2 EStG zorgt er voor dat de kapitaalstorting als nagekomen aankoopkosten wordt aangemerkt.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In situaties waarin een onzakelijke rente is overeengekomen wordt de rente als zodanig in Duitsland in binnenlandse situaties niet gecorrigeerd. Het verschil tussen de overeengekomen rente en de arm’s length rente wordt eventueel fiscaal wel behandeld als een verkapte dividenduitkering (verdeckte Gewinnauschüttung). Een informele kapitaalstoring is echter niet mogelijk (zie ook hoofdstuk 5.3.1).1 Bij grensoverschrijdende situaties (bijvoorbeeld een Duitse moedermaatschappij verstrekt een lening aan een Nederlandse deelneming) wordt de rente wel gecorrigeerd en wordt er op grond van §1 AStG een arm’s length rente in aanmerking genomen. In Duitsland wordt het rentepercentage niet gebruikt als “corrigerende factor’’ voor de vaststelling of sprake is van een zakelijke of onzakelijke lening. Stel dat een Duitse moedermaatschappij een lening heeft verstrekt aan haar Duitse dochtermaatschappij met een overeengekomen rentepercentage van 4 en een derde zou de lening onder die voorwaarden alleen hebben willen verstrekken tegen 6%. In die situatie vindt er in Duitsland geen correctie plaats naar 6%, maar wordt de lening wel als onzakelijk gezien. Een eventueel afwaarderingsverlies op deze lening komt volgens de Duitse wetgever derhalve niet in aftrek.