Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/3.2
3.2 De totstandkoming van de acting in concert-regels uit de Overnamerichtlijn
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS365101:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Aldus Pennington – Report 1974, p. 8.
Johnston 1980, p. 92.
Voorstel van 19 februari 1989, COM (88) 823 def; Pb EG 1989 C 64/8.
In 1987 werd een informeel voorstel gedaan. Dit voorstel bevatte echter geen acting in concertregeling en kan om die reden buiten beschouwing blijven.
Art. 4 lid 2 noemde effecten: a) gehouden door personen die in eigen naam, doch voor rekening van de aanbieder handelen; b) gehouden door ondernemingen die tezamen met de aanbieder tot hetzelfde geheel van ondernemingen als bedoeld in artikel 1 van Richtlijn 83/349/EEG van de Raad behoren; c) gehouden door personen die in gemeen overleg met de aanbieder handelen; en d) gehouden door de leden van het bestuurs- of leidinggevende orgaan van de vennootschap die het aanbod uitbrengt.
Pb EG 1990 C 38/41.
Pb EG 1989 C 298/56.
Gewijzigd voorstel van 14 september 1990, COM (90) 416 def; Pb EG 1990 C 240/7.
Vgl. Beckers 2009-1, p. 16-17. Mogelijk wilde men hiermee samenwerking om een bod te dwarsbomen (“defensief acting in concert”) onder de definitie brengen. Echter, tegen deze interpretatie spreekt dat de Engelse City Code, die model stond voor de Overnamerichtlijn, destijds geen bepalingen bevatte inzake dit defensief acting in concert (zie uitgebreid hoofdstuk 8).
Zie ook Beckers 2009-1, p. 17.
Nieuwe Weme 2004, p. 52.
Voorstel van 7 februari 1996, COM (95) 655 def; Pb EG 1996 C 162/5 en voorstel van 11 november 1997, COM (97) 565 def; Pb EG 1997 C 378/10. Zie hierover Van Solinge/Nieuwe Weme 1999, p. 412 en Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht 1998 – Advies dertiende richtlijn.
Later is dit afgezwakt tot de mogelijkheid om naast de biedplicht in andere bescherming van minderheidsaandeelhouders te voorzien. In het uiteindelijk aangenomen richtlijnvoorstel is deze mogelijkheid niet meer met zoveel woorden terug te vinden. Gelet op het gaandeweg teruggeschroefde niveau van harmonisatie was dit ook niet meer nodig (zie nader daarover § 3.3.2).
Aldus de toelichting op het richtlijnvoorstel van 1997, p. 2.
Gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 19 juni 2000, Pb EG 2001 C 23/1.
Daaraan vooraf gingen verschillende compromisvoorstellen, zie raadsdocumenten 6145/99 van 3 maart 1999, 7505/99 van 21 april 1999, 7757/99 van 20 mei 1999 en 8971/99 van 14 juni 1999.
De eerste aanzet daartoe is te vinden in het compromisvoorstel van 3 maart 1999 (zie vorige voetnoot).
PB L 348 van 17.12.1988, blz. 62.
De biedplicht in het hieraan voorafgaande voorstel uit 1997 was nog uitdrukkelijk beperkt tot het rechtstreekse beschikken over stemrechten. Hierop bestond veel kritiek, zie Nieuwe Weme 2004, p. 146 en Van Solinge/Nieuwe Weme 1999, p. 495-496.
Vgl. Van Solinge/Nieuwe Weme 1999, p. 473 (voetnoot 265).
Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het openbaar overnamebod, COM (2002) 534 def.
De tweede alinea van de acting in concert-definitie van art. 2 lid sub d werd verplaatst naar een nieuw lid 2 bij art. 2.
Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod, PB EU 2004 L 142/12.
Richtlijn 2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd (PB L 184 van 6.7.2001, blz. 1). De bepaling waarnaar wordt verwezen staat tegenwoordig in art. 2 lid 1 sub f Richtlijn 2004/109.
De acting in concert-regeling uit de Overnamerichtlijn kent een grillige totstandkomingsgeschiedenis. Hieronder geef ik een chronologisch overzicht van de opeenvolgende wijzigingen.
Pennington-voorstel 1973
Het Pennington-rapport, dat in november 1973 als ontwerp voor een richtlijnvoorstel van de Europese Commissie werd gepubliceerd, bevatte een vrij summiere acting in concert-regeling. Er werd slechts rekening gehouden met verwerving van stemrechten in concernverband. Opmerkelijk is dat in het Pennington-voorstel, dat grotendeels is gebaseerd op de Engelse City Code1 , geen uitgebreidere acting in concertregeling was opgenomen; er waren onder de City Code namelijk al veel toepassingsproblemen rond samenwerkende partijen.2
Voorstel 1989
Het volgende voorstel3 ,4 bevatte een meer uitgewerkte acting in concert-regel. In de eerste plaats werd de regeling zelf uitgebreid door het opnemen van een definitie van acting in concert:
“In deze richtlijn wordt onder “personen die in gemeen overleg handelen” verstaan, de personen die met het oog op de verwerving van effecten van een vennootschap op grond van een overeenkomst samenwerken.”
In de tweede plaats behelsde deze definitie een substantiële uitbreiding van het toepassingsbereik. Waar de regel in het Pennington-voorstel nog beperkt was tot concernverhoudingen, werden nu ook overeenkomsten tussen (onafhankelijke) partijen als samenwerking aangemerkt. Bovendien voorzag dit voorstel in een aantal andere gevallen waarin stemrechten aan de bieder moesten worden toegerekend.5
Voorstel 1990
De adviezen van het Europees parlement6 en het Economisch en Sociaal comité7 omtrent het voorstel uit 1989 noopten tot een aangepast voorstel8 . Hoewel deze adviezen strikt genomen geen betrekking hadden op de voorgestelde acting in concertbepaling, werd hierin evenwel een drietal wijzigingen aangebracht. De definitie van personen die in gemeen overleg handelen kwam als volgt te luiden:
“De personen die door onderling afgestemde gedragingen of op grond van een overeenkomst samenwerken ten aanzien van het aanbod.”
Nieuw was in de eerste plaats dat werd gesproken van samenwerking ten aanzien van “het” aanbod. Onduidelijk is wat met deze wijziging beoogd werd.9 In de tweede plaats werden de specifieke toerekeningcategorieën uit het voorstel van 1989 – nog geen jaar later dus! – vrij ingrijpend herzien. Zo kwam de toerekening van stemrechten van – kort gezegd – bestuurders te vervallen. Daarvoor in de plaats kwam een toerekeningsregel voor het geval een bieder aandelen als waarborg in bewaring heeft gegeven. Voorts werden de toerekeningsregels uitgebreid naar de volgende gevallen: a) vruchtgebruik, b) (formele) overeenkomsten tot verwerving van effecten en c) bewaarneming.10 De derde wijziging ten aanzien van het voorstel uit 1989 betrof de toevoeging van het element “onderling afgestemde gedraging”. Deze uit het mededingingsrecht11 afkomstige zinsnede werd echter in de latere voorstellen niet overgenomen (zie nader hierover § 9.3.5).
Voorstellen 1996 en 1997
Als gevolg van een hernieuwde bezinning op het subsidiariteitsbeginsel12 en een periode van economische neergang13 kregen de hierop volgende richtlijnvoorstellen14 het karakter van kaderrichtlijnen. Lidstaten werd de keuze geboden tussen een biedplicht en “andere passende middelen” ter bescherming van minderheidsaandeelhouders.15
Met betrekking tot de acting in concert-regels werden lidstaten slechts geacht, naast de identificatie van de bieder zelf, de personen te omschrijven die met de bieder kunnen worden gelijkgeschakeld, waaronder de personen die in onderling overleg optreden om de effecten van een vennootschap te verwerven, of de personen die in eigen naam maar voor rekening van een ander een bod uitbrengen.16
Gemeenschappelijk standpunt 2000
Op 21 juni 1999 bereikte de Raad van de Europese Unie een principeakkoord in de vorm van een gemeenschappelijk standpunt17 , dat de basis vormde voor de in 2004 definitief vastgestelde richtlijn (zie hierna).18 In het gemeenschappelijk standpunt werden de acting in concert-regels op maar liefst vier punten in belangrijke mate gewijzigd.19 In de eerste plaats werd de acting in concert-definitie uit het voorstel uit 1990 onder handen genomen. De nieuwe definitie luidde als volgt:
“natuurlijke personen of juridische lichamen die met de bieder of de doelvennootschap samenwerken op grond van een uitdrukkelijke of stilzwijgende, mondelinge of schriftelijke afspraak, die er respectievelijk toe strekt de controle over de doelvennootschap te verwerven of het succesvolle resultaat van het bod te dwarsbomen.
personen die worden gecontroleerd door een andere persoon in de zin van artikel 8 Richtlijn 88/627/EEG van de Raad van 12 december 1988 betreffende de gegevens die moeten worden gepubliceerd bij verwerving en overdracht van een belangrijke deelneming in een ter beurze genoteerde vennootschap20 , worden beschouwd als met die andere persoon en met elkaar in onderling overleg handelende personen;”
Deze nieuwe definitie bracht met zich dat ook samenwerking die ertoe strekt een bod te dwarsbomen als acting in concert gekwalificeerd moest worden. Het is te betreuren dat ook deze toevoeging zonder toelichting is gebleven (zie over dit defensief acting in concert uitgebreid hoofdstuk 8).
Personen die tot elkaar in een groepsverhouding staan werden in het gemeenschappelijk standpunt beschouwd als met elkaar in onderling overleg handelende personen. De specifieke toerekeningscategorieën uit de voorstellen uit 1989 en 1990 zijn geschrapt.
In de verplicht bod-norm zelf (art. 5 lid 1) werd toegevoegd dat een biedplicht ook zou ontstaan bij de verkrijging van niet-rechtstreekse of middellijke zeggenschap21 en ten gevolge van eigen verwerving “of verwerving door in onderling overlegmet hem handelende personen”.22 Met beide toevoegingen, die in de definitieve versie van de richtlijn zijn gehandhaafd, zal zijn beoogd te verduidelijken dat ook verwervingen door concert parties de biedplicht kunnen activeren en dat de effecten van concert parties moeten worden toegerekend aan de bieder. Desondanks leiden zij tot uitlegvragen (zie § 12.3.3 en § 13.2).
Voorstel 2002
Het voorstel, dat volgde op het gemeenschappelijk standpunt, bevatte op het gebied van acting in concert enkele wijzigingen.23 In de acting in concert-definitie werd de term “afspraak” vervangen door “overeenkomst” en “de controle” door “zeggenschap”.24 Een inhoudelijke wijziging lijkt hiermee niet te zijn beoogd, te minder nu in de toelichting op het voorstel werd opgemerkt dat in de definities ten opzichte van het vorige voorstel geen enkele wijziging is aangebracht.
Richtlijn 2004/25/EG
In de definitieve versie van de Overnamerichtlijn25 wordt onder in onderling overleg handelende personen verstaan:
“natuurlijke of rechtspersonen die met de bieder of met de doelvennootschap samenwerken op grond van een uitdrukkelijke of stilzwijgende, mondelinge of schriftelijke overeenkomst die ertoe strekt de zeggenschap over de doelvennootschap te verkrijgen of het welslagen van het bod te dwarsbomen;”
Voor groepsverhoudingen geldt – conform eerdere voorstellen – een onweerlegbaar vermoeden van onderling overleg:
“2. Voor de toepassing van lid 1, onder d), worden personen over wie een andere persoon de zeggenschap heeft in de zin van artikel 87 van Richtlijn 2001/34/EG26 beschouwd als met die andere persoon en met elkaar in onderling overleg handelende personen.”