Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/3.2.1
3.2.1 Beperking van transactiekosten
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS409065:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Dankzij een belangrijke stroming binnen de Amerikaanse Law & Economics-beweging is de contractuele visie van de onderneming thans de heersende leer in de Verenigde Staten (Bainbrigde 2002, p. 26).
Keay 2003, p. 672 en Bainbridge 2002, p. 27.
Easterbrook & Fischel hebben dienaangaande overwogen: “Creditors have fixed claims, and employees generally negotiate compensation schedules in advance of performance. The gains and losses from abnormally good or bad performance are the lot of the shareholders, whose claim stands last in line. As the residual claiments, shareholders have the appropriate incentives […] to make discretionary decisions” (Easterbrook & Fischel 1991, p. 67-68). Zie ook Kraakman e.a. 2009, p. 14.
Bainbridge 2002, p. 29 en Van der Elst & Vermeulen 2007, p. 170.
Bainbridge 2009, p. 30 merkt op: “If the parties could costlessly bargain over the question, which rule would they adopt? […] The basic thesis of the hypothetical bargain methodology is that by providing the rule to which the parties would agree if they could bargain (the so-called ‘majoritarian default’), society facilitates private ordering.”
Aan de ‘klassieke’ rechtseconomische analyse van het ondernemingsrecht ligt een contractuele visie op de onderneming ten grondslag. Daarin wordt de vennootschap beschouwd als een bundel afspraken (a nexus of contracts) tussen de verschillende partijen die input leveren ten behoeve van de productie van de onderneming.1 De aandeelhouders investeren risicodragend vermogen, de crediteuren verstrekken vreemd vermogen, de werknemers leveren arbeid en het bestuur coördineert de werkzaamheden en houdt toezicht.2 De aandeelhouders zijn geen eigenaar van de onderneming, maar eigenaar van hun aandelen en in die hoedanigheid slechts een van de leveranciers van de voor de ondernemingsactiviteiten benodigde input. Omdat de aandeelhouders een achtergestelde claim hebben op de door de vennootschap gegenereerde kasstromen, en dus kunnen worden aangemerkt als de residual claiments of post-concurrente crediteuren, zou aan hen in deze visie de uiteindelijke zeggenschap over ingrijpende wijzigingen in de structuur en activiteiten van de onderneming toekomen, en zouden zij om die reden het bestuur moeten kunnen benoemen en ontslaan.3
De contractarians gaan uit van de notie dat alles wat de wet regelt inzake de inrichting van de vennootschap en de bevoegdheden van de daarbij betrokken personen, ook contractueel kan worden geregeld door de betrokkenen onderling. Om de transactiekosten die aan het onderhandelingsproces verbonden zijn te beperken, moet het vennootschapsrecht daarom ‘standaardcontracten’ aanbieden.4 De wettelijke ondernemingsrechtelijke bepalingen vormen samen een standaardregeling die de bij de vennootschap betrokken partijen kunnen overnemen. Partijen die tevreden zijn met de wettelijke regeling, besparen zo de kosten die zij gemaakt hadden als zij de afspraken zelf hadden moeten uitonderhandelen, en partijen die menen dat het standaardcontract niet past, kunnen afwijkende afspraken maken. Aanhangers van de contractuele visie geven daarom de voorkeur aan regelend vennootschapsrecht boven dwingend recht. Om de transactiekosten maximaal te beperken, moet het door de wet geboden standaardcontract die bepalingen bevatten die partijen waren overeengekomen als zij in de (hypothetische) gelegenheid waren geweest om over het vennootschapscontract te onderhandelen.5