Regres bij concernfinanciering
Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/3.3.2.1.1:3.3.2.1.1 Notional pooling
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/3.3.2.1.1
3.3.2.1.1 Notional pooling
Documentgegevens:
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS588568:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij notional pooling zijn er geen fysieke transfers van liquide middelen. De centrale bankrekening van de moedervennootschap fungeert niet als verzamelplaats van de liquide middelen van de deelnemers. Deze middelen worden ook niet via de centrale rekening gealloceerd aan de groep. De individuele concernvennootschappen stallen bij notional pooling hun surplus aan liquiditeit bij de bank. Ook bij een tekort aan liquiditeit wordt hier door de bank in voorzien. De concernvennootschappen blijven zo in zekere mate financieel zelfbeschikkend.
De bank berekent rente op basis van de gemeenschappelijke saldi van de aan de notional pool deelnemende vennootschappen. Een reductie van rentekosten wordt bereikt doordat de bank de renteopslag berekent over de netto schuld van alle leden van de notional pool, dus na aftrek van de positieve saldi van de groepsleden.1 De bank mag debetstanden van rekeninghouders compenseren met creditstanden van rekeninghouders voor zover deze rekeninghouders een notional pool vormen en mits de bank voldoende zekerheden krijgt met betrekking tot de debetstanden. Om insolventierisico’s voor de vorderingen van de bank te beperken, verlangt de bank dikwijls hoofdelijke aansprakelijkheid van alle aan de notional pool deelnemende vennootschappen.2
Ter illustratie een voorbeeld. Stel: concernvennootschappen A, B en C vormen samen concern X. De vennootschappen houden de volgende saldi aan: A een debetsaldo van -/- € 200, B een debetsaldo van -/- € 300 en C een creditsaldo van + € 1000. De creditrente is 2% en de debetrente is 5%. Zonder notional pooling betaalt A € 10 en B € 15 rente en ontvangt C € 20 rente. Gezamenlijk hebben de vennootschappen een negatief renteresultaat behaald van (creditrente € 20 minus debetrente (€ 10 + € 15) € 25) -/- € 5. Met notional pooling worden de saldi van A, B en C virtueel geconsolideerd. Het saldo bedraagt in dit geval (-/- € 200 + -/- € 300) -/- € 500 + € 1000 = € 500 en een positief renteresultaat van € 10. Het verschil met de situatie waarbij geen gebruik wordt gemaakt van notional pooling, is € 15 voordeel voor concern X.