Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.4.3.3:10.4.3.3 Artikel 6 Rome II-vo
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.4.3.3
10.4.3.3 Artikel 6 Rome II-vo
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS582344:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
COM (2006) 566 final, p. 3 e.v.
Zie over art. 6 lid 3 Rome II-Vo ook Mankowski 2008, p. 177-193.
Schaafsma 2008, p. 1003.
Schaafsma 2008, p. 1003.
Strikwerda 2005, p. 198; Van der Weide 2008, p. 218.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Inmiddels is in artikel 6 Rome il-Vo een aparte regeling opgenomen voor oneerlijke concurrentie én daden die de vrije concurrentie beperken. Deze regeling komt in essentie overeen met optie 32 van het Groenboek. De tekst is uiteindelijk een compromis geworden tussen het standpunt van de Raad en het standpunt van het Europees Parlement. Met lidstaat wordt in Verordening 864/2007 elke Eu-lidstaat bedoeld, uitgezonderd Denemarken (zie artikel 1 lid 4 Rome ii-vo). Opvallend is dat het voor partijen, in afwijking van artikel 6 WCOD (zie § 10.4.2), op grond van artikel 6 lid 4 Rome II-VO niet meer mogelijk is een rechtskeuze te maken. Artikel 6 lid 4 Rome II-VO sluit voor partijen de rechtskeuzemogelijkheid, zoals neergelegd in artikel 14 Rome 11-Vo, uitdrukkelijk uit.
De aanname van de Rome II-VO wil niet zeggen dat de toepassing van het recht van het land van de rechter (optie 33 van het Groenboek) of een rechtskeuze (optie 34 van het Groenboek) bij een herziening van de Rome II-VO niet meer in overweging kunnen worden genomen. De Commissie heeft zich dat recht voorbehouden.1 In het Witboek worden op het gebied van het toepasselijk recht echter geen voorstellen gedaan. Het lijkt dan ook onwaarschijnlijk dat de bestaande regel in de Rome II-VO nog gewijzigd zal worden. Artikel 6 Rome II-VO luidt als volgt:
'1. De niet-contractuele verbintenis die voortvloeit uit een daad van oneerlijke concurrentie, wordt beheerst door het recht van het land waar de concurrentieverhoudingen of de collectieve belangen van de consumenten worden geschaad of dreigen te worden geschaad.
2. In het geval dat een daad van oneerlijke concurrentie uitsluitend de belangen van een bepaalde concurrent schaadt, is artikel 4 van toepassing.
De niet-contractuele verbintenis die uit een beperking van de mededinging voortvloeit, wordt beheerst door het recht van het land waarvan de markt beïnvloed wordt of waarschijnlijk beïnvloed wordt.
Wanneer de markt beïnvloed wordt of waarschijnlijk beïnvloed wordt in meer dan één land, mag de persoon die schadevergoeding vordert bij het gerecht van de woonplaats van de verweerder, echter verkiezen zijn vordering te gronden op het recht van het gerecht waarbij hij het geschil aanhangig heeft gemaakt, mits de markt in die lidstaat een van de markten is die rechtstreeks en aanzienlijk beïnvloed worden door de beperking van de mededinging waaruit de niet-contractuele verbintenis voortvloeit waarop de vordering is gebaseerd. Wanneer de eiser, overeenkomstig de toepasselijke regels betreffende de rechterlijke bevoegdheid, meer dan één verweerder voor dat gerecht daagt, kan hij uitsluitend kiezen om zijn vordering op het recht van dat gerecht te gronden indien de beperking van de mededinging, waarop de vordering tegen elk van deze verweerders berust, ook de markt van de lidstaat van dat gerecht rechtstreeks en aanzienlijk beïnvloedt. 4. Van het recht dat krachtens dit artikel van toepassing is, kan niet bij overeenkomst op grond van artikel 14 worden afgeweken.'
Het derde lid van artikel 6 Rome II-VO ziet op de aansprakelijkheid wegens schending van het publiekrechtelijk mededingingsrecht (kartelverbod en verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie).2 In Verordening 864/2007 (Rome il-vo) is de keus gemaakt voor het recht van het land waar de markt (waarschijnlijk) wordt beïnvloed door de mededingingsovertreding. Ingeval de mededingingsbeperking in meerdere landen de markt beïnvloedt, zijn volgens de marktregel meerdere rechtsstelsels van toepassing. Om een dergelijke situatie te voorkomen, is een uitzondering op de marktregel gemaakt. Wordt de markt in meer dan één land beïnvloed of waarschijnlijk beïnvloed dan mag de gelaedeerde er 'in bepaalde omstandigheden' voor kiezen zijn vordering te gronden op het recht van de rechter waarbij hij het geschil aanhangig heeft gemaakt (lex fort laedentis). De gelaedeerde mag er op grond van artikel 6 lid 3 sub b Rome II-VO voor kiezen zijn vordering te gronden op het recht van het gerecht waarbij hij het geschil aanhangig heeft gemaakt, mits aan de volgende voorwaarden ('bepaalde omstandigheden') is voldaan:
De markt in die lidstaat is een van de markten die rechtstreeks en aanzienlijk beïnvloed worden door de beperking van de mededinging waaruit de niet-contractuele verbintenis voortvloeit waarop de vordering is gebaseerd.
Ingeval de gelaedeerde op grond van de regels betreffende de bevoegdheid meer dan één verweerder voor de desbetreffende rechter daagt (zie bijvoorbeeld artikel 6 sub 1 EEX-Vo en mijn bespreking in § 10.3.5.4 betreffende de accessoire bevoegdheid bij meerdere verweerders), kan hij alleen kiezen zijn vordering op het recht van dat gerecht te gronden indien de mededingingsbeperking waarop de vordering tegen elk van deze verweerders berust, ook de markt van de lidstaat van dat gerecht rechtstreeks en aanzienlijk beïnvloedt.
Het keuzerecht lijkt niet te gelden bij de vordering tot verkrijging van een rechterlijk verbod of gebod. Het keuzerecht komt namelijk toe aan de persoon die schadevergoeding vordert en niet aan degene die schade lijdt.3 De gelaedeerde mag alleen kiezen voor de toepasselijkheid van het recht van het land van de woonplaats van de laedens indien aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan: de vordering is aldaar aanhangig gemaakt; de markt van dat land wordt rechtstreeks en aanzienlijk beïnvloed door de mededingingsbeperking; dat land is een lidstaat; en de vordering strekt tot schadevergoeding.4
Artikel 6 van de Rome 11-VO geeft in het eerste en tweede lid een regeling voor daden van oneerlijke concurrentie. Deze bepaling ziet niet zozeer op aansprakelijkheid wegens schending van het publiekrechtelijk mededingingsrecht (kartelverbod en verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie), maar op aansprakelijkheid uit ongeoorloofde of oneerlijke concurrentie (een onrechtmatige daad) zoals het weglokken van werknemers, het onthullen van zakengeheimen, corruptie, het in diskrediet brengen van een concurrent door het verstrekken van valselijke informatie, industriële spionage of het aanzetten tot contractbreuk.5
Op grond van artikel 6 lid 1 Rome-II vo wordt de niet-contractuele verbintenis die voortvloeit uit een daad van oneerlijke concurrentie beheerst door het recht van het land waar de concurrentieverhoudingen of de collectieve belangen van de consumenten worden geschaad of dreigen te worden geschaad. Indien een oneerlijke handelspraktijk uitsluitend de belangen van een bepaalde concurrent aantast, kan naast het recht van het land waar de schade zich voordoet (ongeacht in welk land de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan en ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen) ook het recht worden toegepast van het land waarin de beide partijen hun gewone verblijfplaats hebben of waar kennelijk nauwere banden mee bestaan (artikel 6 lid 2 jo artikel 4 Rome n-vo).
De Europese wetgever ziet de marktregel als een concretisering van de plaats waar de schade zich voordoet zoals bedoeld in artikel 4 lid 1 Rome II-VO. In de uiteindelijke considerans (die tot stand is gekomen na een strijd tussen de Raad en het Europees Parlement) wordt dan ook aangegeven dat de bijzondere regel in artikel 6 Rome II-VO geen uitzondering op de algemene regel in artikel 4, lid 1 Rome II-VO vormt (recht van het land waar de schade zich voordoet, ongeacht in welk land de schadeveroozakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan), maar juist een verduidelijking daarvan. Inzake oneerlijke concurrentie dient de collisieregel bescherming te bieden aan concurrenten, consumenten en het publiek in het algemeen en tevens garant te staan voor het goed functioneren van de markteconomie. Deze doelstellingen zijn in het algemeen te bereiken door aanknoping bij het recht van het land waar de concurrentieverhoudingen dan wel de gezamenlijke belangen van de consumenten worden of dreigen te worden aangetast.
De considerans (overweging 22) geeft tevens aan dat onder niet-contractuele verbintenissen die voortvloeien uit beperking van de mededinging zoals bedoeld in artikel 6 lid 3 Rome II-VO zowel inbreuken op nationale als op communautaire mededingingsregels moeten worden verstaan. De considerans luidt als volgt (overwegingen 21, 22 & 23):
'De bijzondere regel in artikel 6 vormt geen uitzondering op de algemene regel in artikel 4, lid 1, maar juist een verduidelijking daarvan. Inzake oneerlijke concurrentie dient de collisieregel bescherming te bieden aan concurrenten, consumenten en het publiek in het algemeen en tevens garant te staan voor het goed functioneren van de markteconomie. Deze doelstellingen zijn in het algemeen te bereiken door aanknoping bij het recht van het land waar de concurrentieverhoudingen dan wel de gezamenlijke belangen van de consumenten worden of dreigen te worden aangetast.
Onder niet-contractuele verbintenissen die voortvloeien uit beperking van de mededinging, in de zin van artikel 6, lid 3, moeten zowel inbreuken op nationale als op communautaire mededingingsregels worden verstaan. Het recht dat op dergelijke niet-contractuele verbintenissen van toepassing is, is het recht van het land waar de markt wordt of waarschijnlijk wordt beïnvloed. In het geval dat de markt in meer dan een land wordt beïnvloed of waarschijnlijk wordt beïnvloed, mag de persoon die schadevergoeding vordert, in bepaalde omstandigheden echter verkiezen zijn vordering te gronden op het recht van het gerecht waarbij hij het geschil aanhangig heeft gemaakt.
Voor de doeleinden van deze verordening moet het concept van beperking van de mededinging betrekking hebben op overeenkomsten tussen ondernemingen,
besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging binnen een lidstaat of op de interne markt wordt verhinderd, beperkt of vervalst, alsmede het misbruiken van een machtspositie in een lidstaat of op de interne markt, voor zover dergelijke overeenkomsten, besluiten, onderling afgestemde feitelijke gedragingen of misbruiken verboden zijn krachtens de artikelen 81 en 82 van het Verdrag of krachtens het recht van een lidstaat'
De door de Commissie voorgestelde speciale regel met betrekking tot oneerlijke concurrentie die uitgaat van het principe van de toepassing van één nationaal recht en het risico op forum shopping zoveel mogelijk beperkt, is uiteindelijk op aandringen van de delegatie uit het Europees Parlement door de Raad aangenomen. De stemming in het Europees Parlement was verdeeld. Artikel 6 Rome II-VO zoals geformuleerd in het Gemeenschappelijk standpunt van de Raad was uiteindelijk verwijderd. In een laatste poging om akkoord te gaan met compromistekst heeft rapporteur Diana Wallis een aantal wijzigingen voorgesteld voor artikel 6 Rome II-VO en de bijbehorende overwegingen in de considerans (amendement 31). In de stemming van het Europees Parlement waren sommige overwegingen in de considerans alsnog aangenomen die de woorden en de reikwijdte van artikel 6 Rome ii-vo van een nadere toelichting voorzagen, terwijl (de aangepaste tekst van) artikel 6 Rome II-VO zelf werd verworpen. Als gevolg hiervan verwezen de overwegingen 19, 20 en 21 van de considerans naar een artikel (artikel 6 Rome il-vo) dat niet langer bestond.
De Commissie heeft er terecht op gewezen dat het onbegrijpelijk was dat het Europees Parlement de overwegingen wilde laten staan en zelfs verbeteren, terwijl de specifieke regel niet meer bestond. De Commissie heeft met succes voorgesteld de regel zoals opgenomen in amendement 31 van het Europees Parlement te accepteren. De speciale regel helpt volgens de Commissie de rechtszekerheid en voorzienbaarheid in het recht, nu het de plaats waar de schade zich voordoet, verankert door te kiezen voor het recht van de plaats van de markt waar de concurrentiestrijd wordt gevoerd (de zogenaamde 'marktregel').
De algemene regel van artikel 4 Rome II-VO (aanknoping bij de lex loci damni) zal op territoriaal vlak vaak samenvallen met de bijzondere regel uit artikel 6 Rome ii-vo. Dit komt omdat het land waar de schade zich voordoet vaak zal samenvallen met het land waar de markt wordt of waarschijnlijk wordt beïnvloed. De mededingingsbeperkende effecten, die bepalend zijn voor de toepasselijkheid van het mededingingsrecht (zie § 1.4.2), zullen zich voordoen in het land waar de markt wordt of waarschijnlijk wordt beïnvloed.
Hoewel de algemene regel van artikel 4 Rome II-VO (aanknoping bij de lex loci damni) op territoriaal vlak vaak zal samenvallen met de bijzondere regel uit artikel 6 Rome II-VO, wijst de Commissie op het feit dat dit niet automatisch het geval is. Zo is het maar de vraag waar de schade zich voordoet indien twee concurrerende ondernemingen uit staat A actief zijn op markt B. De Commissie wijst daarbij op het feit dat de regels betreffende accessoire aanknoping, gewone verblijfplaats en de uitzonderingsclausule in het algemeen niet geschikt zijn voor het mededingingsrecht.6 In gevallen van schending van het mededingingsrecht en grensoverschrijdende oneerlijke concurrentie kan het dan ook onder omstandigheden moeilijk zijn vast te stellen waar de schade zich voordoet (het criterium van de hoofdregel van artikel 4 Rome il-vo). Is dat het land waar het ongeoorloofde middel wordt vervaardigd of de oneerlijke strategie wordt uiteengezet (land A, het Handlungsort), het land van de markt waar de concurrentiestrijd wordt gevoerd (land B, de marktregel) of het land waar de concurrent daadwerkelijk schade ondervindt (land C, het Erfolgsort)?7De hoofdregel van artikel 4 Rome 11-VO laat hier (te) veel keuzeruimte.
In de bijzondere regel van de Rome 11-VO is uiteindelijk gekozen voor land B, het land van de markt waar de concurrentiestrijd wordt gevoerd. In artikel 6 lid 3 Rome 11-VO (en tevens in artikel 4 lid 1 WCOD, zie § 10.4.2) wordt aangeknoopt bij het recht van het land waar de markt beïnvloed wordt of waarschijnlijk beïnvloed wordt.