Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap
Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.2.3.1.3:3.2.3.1.3 Consolidatie vennootschapsrecht in 1966
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.2.3.1.3
3.2.3.1.3 Consolidatie vennootschapsrecht in 1966
Documentgegevens:
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS441327:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1966 werd het Franse vennootschapsrecht, dat voorheen over een groot aantal afzonderlijke wetten en wetjes was verspreid,1 in één wet geconsolideerd.2 Daarbij werd van de gelegenheid gebruik gemaakt de diverse regels beter op elkaar af te stemmen en waar zinvol te moderniseren.3 Daarbij heeft de Franse wetgever het bovenvermelde standpunt dat het bestuursverbod zou moeten worden afgeschaft niet gevolgd. Wel heeft hij de jurisprudentiële uitleg dat alleen zich naar buiten manifesterende bestuurshandelingen werden getroffen door het bestuursverbod wettelijk verankerd.4 Dat werd eenvoudig gedaan door in de van art. 27 tot art. 28 lid 1 vernummerde wettekst het woord ‘externe’ toe te voegen:
‘Article 28 al. 1:
L’associé commanditaire ne peut faire aucun acte de gestion externe, même en vertu d’une procuration.’
De voorheen in art. 28 lid 2 opgenomen regel waarin was bepaald welke handelingen van de commanditair in ieder geval geen overtreding van het bestuursverbod vormden werd redactioneel aangepast, zonder dat daarmee een inhoudelijke wijziging was beoogd. Zij werd opgenomen in art. 18 van een op voornoemde wet gebaseerd ministerieel decreet uit 1967:5
‘Article 18:
Les avis et conseils, les actes de contrôle et de surveillance de l’associé commanditaire ne constituent pas des actes de gestion externe au sens de l’article 28 de la loi sur les sociétés commerciales.’
Daarnaast werd in art. 29 van de wet van 1966 een bepaling opgenomen die het recht op inlichtingen van de commanditair vastlegde en tegelijkertijd begrensde:
‘Article 29:
Les associés commanditaires ont le droit, deux fois par an, d’obtenir communication des livres et documents sociaux et de poser par écrit des questions sur la gestion sociale, auxquelles il doit être répondu également par écrit.’
Dit was een compromis tussen enerzijds degenen die meenden dat commanditaire vennoten als zodanig recht en belang hadden bij inzicht in de financiële toestand en de resultaten van de vennootschap, en anderzijds degenen die meenden dat een ongebreideld recht op inlichtingen van de commanditair tot misbruik zou kunnen leiden.6