Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt
Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/5.5.6.5:5.5.6.5 Verkoop van een minderheidsdeelneming
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/5.5.6.5
5.5.6.5 Verkoop van een minderheidsdeelneming
Documentgegevens:
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS303155:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Conclusie A-G Overgaauw in zaken met rolnummers 42 863 en 42 868, V-N 2007/25.29.
Conclusie A-G HvJ EG Mengozzi, 12 februari 2009, zaak C-29/08 (AB SKF), V-N 2009/10.27. De beschrijving van de feiten in deze zaak is ontleend aan deze conclusie.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vraag is nog of het voor het aanmerken van de in verband met de verkoop gemaakte kosten als algemene kosten in de lijn van de twee hiervoor besproken arresten van de Hoge Raad, verschil uitmaakt dat de kosten zijn gemaakt voor de verkoop van een minderheidsdeelneming. De tot nu toe door de Hoge Raad gewezen arresten hebben betrekking op de overdracht van een belang van ten minste 50%. Twee zaken die betrekking hebben op de overdracht van een minderheidsdeelneming zijn bij het afsluiten van dit onderzoek aanhangig bij de Hoge Raad. A-G Overgaauw heeft in deze zaken op 10 april 2007 conclusie genomen.1 Hij komt tot de volgende conclusie:
Gelet op het bovenstaande kom ik tot de conclusie dat aftrek van inkoop-BTW ter zake van kosten gemaakt in verband met de verkoop van een deelneming ook aan de orde kan komen indien die deelneming een minderheidsparticipatie is. Die deelneming dient dan wel een wezenlijke functie te hebben vervuld in de onderneming van de belastingplichtige. Dit is het geval wanneer de belastingplichtige door het houden van de deelneming in staat was zich te ‘moeien’ in het beheer van de deelneming en de daarmee gepaard gaande aan BTW onderworpen handelingen te verrichten. De mate van zeggenschap is in dit verband meer relevant dan de grootte van het belang, al bestaat daar normaliter wel een verband tussen. Of er in een concrete situatie daadwerkelijk wordt ‘gemoeid’ is uiteindelijk sterk verweven met de waardering van de feiten en omstandigheden.
Bij de afsluiting van dit onderzoek (1 maart 2010) heeft de Hoge Raad nog steeds geen arrest gewezen. Gelet op de tijdspanne die inmiddels is verlopen na de conclusie van de A-G mag aangenomen worden dat de Hoge Raad moeite heeft om tot een beslissing te komen. Ik vraag mij af waarom de Hoge Raad niet de knoop doorhakt en vragen stelt aan het Hof van Justitie EU over de wijze waarop de aftrek van voorbelasting dient te verlopen bij de verkoop van een (minderheids)deelneming. Daarmee zou een einde gemaakt kunnen worden aan alle speculatie over de betekenis van het BLP-arrest. Ik sluit niet uit dat de Hoge Raad de beslissing van het Hof van Justitie EU in zaak C-29/08 (AB SKF) heeft afgewacht, in welke zaak A-G Mengozzi op 12 februari 2009 conclusie heeft genomen.2 Op 29 oktober 2009 heeft het Hof van Justitie EU het SKFarrest gewezen. Ik heb dit arrest behandeld in onderdeel 4.4.13.