De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/6.3.4.2:6.3.4.2 De aan kandidaten te stellen eisen
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/6.3.4.2
6.3.4.2 De aan kandidaten te stellen eisen
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS701997:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aantekening verdient dat het element ‘communicatie’ (§ 5.6.2) niet in algemene zin gecontroleerd kan worden door een deskundigenregister.
Voor deskundigen die geregistreerd willen worden maar geen voldoende ontwikkelde beroepsgroep achter zich hebben, dient het register zelf vakinhoudelijke eisen te formuleren.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de op- en inrichtingseisen die aan het register moeten worden gesteld, zijn er ook eisen die het register aan zijn kandidaten moet stellen voor toelating en blijvende toelating. Welke eisen dat zijn, hangt nauw samen de wijze waarop een deskundigenregister de kwaliteit van een deskundige controleert. Anders dan een disclosure statement controleert een deskundigenregister de kwaliteit van een deskundige in algemene zin. Het kan procesactoren bijvoorbeeld inzicht bieden in de vakinhoudelijk en juridische opleiding, nascholing, werkervaring en het eventuele lidmaatschap van een beroepsvereniging. Maar het deskundigenregister is minder geschikt om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van een deskundige te controleren omdat dit zaakgerelateerde kwaliteitsaspecten zijn (daar is het disclosure statement dan weer geschikter voor, zie hierna in § 6.4).
In het licht van hoofdstuk 5, waar ik concludeerde dat een kwalitatief goede deskundige steeds voldoende onafhankelijk, onpartijdig en deskundig is, zijn met name de meer algemene deskundigheidselementen geschikt om door een deskundigenregister gecontroleerd en geborgd te worden. Kortom: de eisen die het register aan zijn kandidaten moet stellen, komen overeen met een aantal elementen van ‘deskundigheid’ zoals beschreven in § 5.6.1 Dat betekent dat een deskundigenregister minstens de volgende eisen aan kandidaten moet stellen voor (blijvende) inschrijving:
Het lidmaatschap van een geaccrediteerde beroepsvereniging en/of certificerende instantie; beroepsverenigingen kunnen een belangrijke rol spelen bij het controleren en het op peil houden van de vakinhoudelijke kennis.2 Zie ook § 5.6.3.
Juridische kennis; het register dient een deskundige enkel te registreren indien deze een – door het register geaccrediteerde – juridische opleiding heeft genoten. Die juridische kennis dient middels een vorm van examinering te worden getoetst als voorwaarde voor toelating. Op die manier garandeert het register dat zijn deskundigen van meet af aan beschikken over de relevante en noodzakelijke juridische kennis. Zie ook § 5.6.5.
Permanente educatie (PE); het register dient erop toe te zien dat ingeschrevenen na- en bijscholing volgen. De noodzakelijke PE is tweeledig: enerzijds moet de vakinhoudelijke kennis op peil worden gehouden. Anderzijds moet de juridische kennis op peil worden gehouden. Beide kunnen en zullen elkaar op punten overlappen. Ten aanzien van de vakinhoudelijke PE is er voor het register een onderschikte rol weggelegd. Hierin zal de geaccrediteerde beroepsvereniging het voortouw moeten nemen. Het register zal daarover steeds in contact moeten zijn met de deskundige en diens beroepsvereniging. Ten aanzien van de juridische PE dient het register wel een voortrekkersrol te vervullen. Het register moet erop toezien dat de ingeschreven deskundigen periodieke juridische bijscholing volgen. Het register hoeft die bijscholing niet zelf te verzorgen, maar accrediteert bepaalde cursussen, symposia en trainingen. Deskundigen dienen – bijvoorbeeld middels deelnamebewijzen – aan te tonen dat zij een bepaalde bijscholing hebben gevolgd en krijgen daaropvolgend PE-punten toegekend. Periodiek (bijvoorbeeld jaarlijks) dient een vooraf vastgestelde hoeveelheid PE-punten te zijn behaald. Het register dient, om te voorkomen dat de PE tot louter een noodzakelijke horde verwordt, erop toe te zien dat de competenties periodiek worden getoetst. Zie ook § 5.6.6.
Ervaring; het register dient enkel deskundigen te registreren die voldoen aan de boven- en ondergrens van ervaring zoals uiteengezet in § 5.6.7.