Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/12.2.3.2
12.2.3.2 Belastingverdragen conform het OESO-modelverdrag
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS298391:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het belastingverdrag met Azerbeidzjan is nog niet in werking getreden.
Het belastingverdrag met Bahrein is nog niet in werking getreden.
Met dien verstande dat in punt IX van het protocol bij dit belastingverdrag het volgende is bepaald: ‘Niettegenstaande artikel 10, zesde lid, en artikel 11, vijfde lid, is het wel te verstaan dat inkomsten uit schuldvorderingen worden beschouwd als dividenden, mits en met gepaste aandacht voor artikel 9 van dit Verdrag, de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waaruit deze inkomsten afkomstig zijn deze inkomsten op dezelfde wijze aan belastingheffing onderwerpt als inkomsten uit aandelen.’
In het nog niet in werking getreden verdrag met Ghana is aan de OESO-conforme definitie toegevoegd dat tevens als dividenden zijn te beschouwen ‘alle andere bestanddelen die uit hoofde van de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is, worden behandeld als dividend of een uitdeling van dividend van een lichaam’.
De bepaling van art. XI ad art. 10 van het protocol bij het belastingverdrag met Portugal dat onder dividenden mede verstaat inkomsten uit rechten die aanspraak geven op een aandeel in de winst van een onderneming van een verdragsluitende staat, in zoverre deze rechten niet afkomstig zijn van effectenbezit of van zelfstandige of niet-zelfstandige arbeid, heeft geen betrekking op een winstdelende schuldvordering maar op een stille vennoot. Zie Staten Generaal, 1999/00, 26 867, nr. 57, p. 13.
Het verdrag met Qatar is nog niet in werking getreden.
Met dien verstande dat in punt IX van het protocol bij dit belastingverdrag het volgende is bepaald: ‘Niettegenstaande artikel 10, vijfde lid, is het wel te verstaan dat de uitdrukking dividenden ook inkomsten uit schuldvorderingen betekent, mits de wetgeving van een Verdragsluitende Staat deze inkomsten uit schuldvorderingen aan dezelfde belastingheffing als inkomsten uit aandelen onderwerpt volgens een combinatie van de volgende criteria: – de aflossingsdatum van de lening; – de hoogte van de vergoeding of verschuldigdheid van de vergoeding is afhankelijk van de winst of de uitdelingen van winst; en – de achtergesteldheid van de lening.’
Ingevolge het Besluit van 25 april 2002, houdende vaststelling van het besluit voorkoming dubbele belasting Nederland en Taiwan dat de overeenkomst tussen het Tapei Representative Office in the Netherlands en het Netherlands Trade and Investment Office van toepassing verklaart.
Met dien verstande dat in punt X van het protocol bij dit belastingverdrag een bepaling is opgenomen die gelijk is aan punt IX van het protocol bij het belastingverdrag met Slovenië (zie noot 11).
In een aantal Nederlandse belastingverdragen is de definitie van dividend gebaseerd op het OESO-modelverdrag. Een dergelijke bepaling komt voor in de belastingverdragen met Albanië, Argentinië, Azerbeidzjan,1 Bahrein,2 Barbados,3 Brazilië, China, Frankrijk, Georgië, Ghana,4 Ierland, Japan, Korea, Maleisië, Marokko, Mexico, Nigeria, Oostenrijk, Portugal,5 Qatar,6 Singapore, Slovenië,7 Taiwan,8 Thailand, Turkije, Uganda,9 de Verenigde Arabische Emiraten, Zambia, en Zimbabwe. De definitie van de term ‘dividend’ is in deze verdragen dus niet uitgebreid met inkomsten uit schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst. Inkomsten uit dergelijke schuldvorderingen kunnen op grond van deze verdragen alleen als dividend worden aangemerkt wanneer de schuldvordering een vennootschappelijk recht is. Voor de uitleg van de uitdrukking ‘vennootschappelijke rechten’ is Nederland voor zover deze verdragen sinds 1992 zijn gesloten met lidstaten van de OESO gebonden aan het commentaar. Ten aanzien van de belastingverdragen die tot en met 1992 zijn gesloten met lidstaten van de OESO en belastingverdragen met geassocieerde landen en derdelanden is het commentaar tevens van belang.