Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VIII.3.6:VIII.3.6 Invloed op de samenstelling van het scheidsgerecht
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VIII.3.6
VIII.3.6 Invloed op de samenstelling van het scheidsgerecht
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178778:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Müller 2010, p. 733 en Riegger & Wilske 2010, p. 743.
Borris 2009, p. 307.
Zo ook Müller 2010, p. 733, met verwijzingen naar de overwegend gelijkgestemde literatuur.
Zie Niemeyer & Häger 2014, p. 1741, met verwijzingen naar de op dit punt verdeelde literatuur.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten slotte verlangt het Bundesgerichtshof invloed van de aandeelhouders op de keuze voor de scheidsmannen, voor zover deze niet door een neutrale derde worden aangewezen.1 De ratio hiervan ligt in wat in Duitsland de Waffengleichheit van partijen in een arbitrageprocedure heet: zowel de klager als de verweerder moet in de gelegenheid zijn een arbiter naar keuze te benoemen. De aldus gekozen arbiters kiezen tezamen de derde arbiter die het scheidsgerecht completeert.2
Een geschil over een besluit kent dikwijls meerdere partijen. Aan de zijde van de klager kunnen zich andere aandeelhouders gevoegd hebben. Aan de zijde van de verweerder – dat is de rechtspersoon – kunnen zich ook aandeelhouders hebben gevoegd die het besluit graag in stand gelaten zien. Hoe geraken deze partijen het eens over de te benoemen arbiter? Volgens het Bundesgerichtshof geeft aan elke zijde van het geding de meerderheid de doorslag bij het bepalen van de namens die zijde te benoemen arbiter.3 Zelfs de aandeelhouder die een arbitrage entameert, kan zich dus overruled zien door een meerderheid van interveniërende medeklagers.4
De oplossing van het Bundesgerichtshof is praktisch.5 Waar de meerderheid beslist, blijven patstellingen uit. Wel resteert de vraag hoe de verkiezing van een arbiter verloopt aan de zijde van de verweerder. Namens de rechtspersoon maakt het bestuur, als vertegenwoordigingsbevoegd orgaan, de keuze. Stel dat twee aandeelhouders zich voegen. Het Bundesgerichtshof schrijft voor dat deze aandeelhouders de keuze van een arbiter kunnen beïnvloeden. Kunnen zij de keuze van de rechtspersoon met twee tegen één terzijdestellen? Of moet in een dergelijk geval de algemene vergadering van aandeelhouders beslissen? Ik zou menen dat een en ander van de desbetreffende arbitrageclausule afhangt, zolang de invloed van de aandeelhouders maar is gewaarborgd.6