Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/3.1.6
3.1.6 De artikelen 562 en 563 OBW
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS645022:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 562 OBW: Onroerende zaken zijn: 1o. Gronderven en hetgeen daarop gebouwd is; 2o. Molens, met uitzondering van zoodanige waarvan in artikel 566 wordt gehandeld; 3o. Boomen en veldgewassen, die met hunne wortels in den grond vast zijn, onafgeplukte boomvruchten, mitsgaders delfstoffen, als: steenkolen, veen en dergelijke, zoolang deze voorwerpen nog niet van den grond gescheiden en uitgedolven zijn; 4o. Schaarhout van kapbosschen en a) hout van hoogstammige boomen, zoo lang hetzelve niet gekapt is; 5o. Buizen of gooten, die tot waterleiding in een huis of op een erf dienen; En, in het algemeen, alles wat aan een erf of aan een gebouw aard- of nagelvast is.
Art. 563 OBW: “Door bestemming worden onder onroerende zaken begrepen: 1o. Bij fabrijken, trafijken, molens, smederijen en dergelijke onroerende zaken, de persen, distilleerketels distilleerketels?, ovens, kuipen, vaten, en verdere gereedschappen, bepaaldelijk tot derzelver wezen behoorende, al waren die voorwerpen niet aard- of nagelvast; 2o. Bij woonhuizen, de spiegels, schilderijen en andere sieraden, wanneer het hout of muurwerk waarop dezelve zijn vastgemaakt, een gedeelte is van het beschot, den muur of het pleisterwerk van het vertrek; al waren die voorwerpen overigens niet nagelvast. 3o. Bij landelijke eigendommen, de mesthoop of mestvaalt tot bemesting der landen bestemd; de duiven tot eene duivenvlugt behoorende; de konijnen in de konijnen-warande; de visschen die zich in de vijvers bevinden; 4o. De bouwstoffen, welke van de afbraak van een gebouw voortkomen, indien zij bestemd zijn om het gebouw weder op te trekken; en, in het algemeen, alle zoodanige voorwerpen welke de eigenaar tot een blijvend gebruik aan zijne onroerende zaak verbonden heeft. De eigenaar wordt geacht zoodanige voorwerpen tot een blijvend gebruik aan zijne onroerende zaak verbonden te hebben, wanneer dezelve daaraan zijn vastgehecht door aard-, timmer-, of metselwerk, of wanneer zij daarvan niet kunnen worden losgemaakt, zonder dezelve te breken of te beschadigen, of zonder het gedeelte van het onroerend voorwerp, waaraan zij zijn vastgehecht, te breken of te beschadigen.”
De wortels van art. 563 OBW liggen in de Code civil (Cc) en wel in art. 524 Cc (immeuble par destination). Dit artikel bepaalde dat roerende, zelfstandige zaken onroerend werden, als ze bestemd waren een onroerende zaak te dienen. Art. 524 CC: “Les objets que le propriétaire d’un fonds y a placés pour le service et l’exploitation de ce fonds sont immeubles par destination. Les animaux que le propriétaire d’un fonds y a placés aux mêmes fins sont soumis au régime des immeubles par destination. Ainsi, sont immeubles par destination, quand ils ont été placés par le propriétaire pour le service et l’exploitation du fonds: les ustensiles aratoires; les semences données aux fermiers ou métayers; les ruches à miel; les pressoirs, chaudières, alambics, cuves et tonnes; les ustensiles nécessaires à l’exploitation des forges, papeteries et autres usines; les pailles et engrais. Sont aussi immeubles par destination tous effets mobiliers que le propriétaire a attachés au fonds à perpétuelle demeure.” “Zulke dingen, welke de eigenaar van een erf daar op geplaatst heeft, ten dienste en ter bearbeiding van het zelve, behooren, uit hoofde van hunne bestemming, tot onroerende goederen. Diensvolgende zijn de nagemelde zaken, uit hoofde van derzelver bestemming, onroerend, wanneer zij door den eigenaar, ten dienste van en ter bearbeiding van het erf, op het zelve geplaatst zijn: de beesten, tot de bebouwing gebruikt wordende. Bouw-gereedschappen; de zaden, die aan de pachters of aan deelhebbende landbouwers gegeven zijn. De duiven der duiventillen of duivenvlugten. De konijnen in de konijnenbergen. De bijenkorven. De visschen, die zich in de vijvers bevinden. De persen, ketels, distilleer-ketels, kuipen en vaten. De noodige gereedschappen, tot smederijen, papiermakerijen en andere fabrijken. Het stroo en de mest. Ook worden voor onroerende, door hunnen bestemming, gehouden alle zoodanige goederen, welke de eigenaar tot een blijvend gebruik bij zijn erf gevoegd heeft” (vertaling: Wetboek Napoleon, vertaald naar de officiële uitgave, te Amsterdam, bij Johannes Allart MDCCCX).
In het OBW waren de artikelen 562 OBW1 en art. 563 OBW2 opgenomen, die bepaalden welke zaken door hun aard dan wel door hun bestemming onroerend waren. Naast de in de wet opgesomde natuurlijke onroerende zaken (zoals de grond, de bomen en de veldgewassen) werden ook zaken opgesomd die oorspronkelijk roerend waren, maar door de wet toch als onroerend werden beschouwd. Deze zaken waren onroerend door bestemming, omdat ze een duurzame verbondenheid hadden met een onroerende zaak. Deze duurzame verbondenheid kon alleen ontstaan als de eigendom van de onroerende zaak en van de onroerende zaak door bestemming in één hand lagen. Vandaar dat art. 563 OBW vermeldde: “(…) in het algemeen, alle zoodanige voorwerpen welke de eigenaar tot een blijvend gebruik aan zijne onroerende zaak verbonden heeft.”3
3.1.6.1 De bestemming3.1.6.2 Aard- en nagelvast