Het rechterlijk bevel en verbod als remedie
Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/8.1:8.1 Inleiding
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692215:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
437. Art. 3:296 BW noemt als afwijzingsgronden de wet, de aard der verplichting en een rechtshandeling. Het feit dat de wet bepaalde afwijzingsgronden noemt is relevant voor de centrale vraag van dit boek naar de effectiviteit van het rechterlijk bevel en verbod als remedie. Als te snel wordt aangenomen dat, hoewel er een bepaalde rechtsplicht bestaat, een vordering die strekt tot een bepaald bevel of verbod kan worden afgewezen, kan dat afbreuk doen aan de effectiviteit van de remedie. Ik bespreek de afwijzingsgronden daarom achtereenvolgens. Ik bespreek ook enkele andere verweren die niet uit art. 3:296 BW, maar wel elders uit de wet, voortvloeien.