Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/9.2.0
9.2.0 Introductie
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS493435:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een van de doelstellingen van publicatie in de vorm van een Research Memorandum was het voorzien in een behoefte om meer kennis te verkrijgen en verspreiden over de feitelijke gang van zaken bij het conservatoir beslag en de gevolgen hiervan. Voor de rechtspraak is hierbij van belang dat zogenoemde ‘stilzwijgende achtergrondkennis’ een cruciale rol speelt bij het proces van rechterlijke oordeelsvorming. Zie Hartendorp 2008, p. 61-104.
Het Civil Justice Department was geïnteresseerd in de resultaten van het onderzoek, vanwege een gebrek aan recente informatie over de praktijk van beslaglegging in de Europese lidstaten. http://ec.euopa.eu/civiljustice/news/docs/hearing_01-06-2010/Hand-out_en.pdf
D.M. de Knijff in Kroniek beslag- en executierecht, TCR 2010, p. 894-895, A.W. Jongbloed en M. Meijsen, ‘Conclusie onderzoek: de steeds sterkere positie van de conservatoir beslaglegger vraagt om aandacht voor de belangen van de onrechtmatig beslagen partij’ «JBPr» 20105, p. 496-501, M. Meijsen, ‘Positie van beslagene kan worden verbeterd’, rubriek actualiteiten Advocatenblad, 07/2010, M. Meijsen, ‘Conservatoir beslag: naast zekerheid in veel gevallen ook drukmiddel’, TvPP 2010-3, p. 71-75., M.L. Tuil, ‘Herbezinnen op het beslagrecht?’, AA 2011, p. 98-102, rubriek ‘Nieuws’, NJB: ‘Positie van conservatoir beslaglegger is te sterk geworden’, NJB 2010, p. 1327-1329.
Zie voor het pijlermodel: pagraaf 1.6.
De resultaten van het onderzoek naar de werking (en daarmee de evenwichtigheid) van het systeem van conservatoir beslag werden in april 2010 gepubliceerd in een Research Memorandum.1 Juni 2010 werden de resultaten en aanbevelingen van het onderzoek gepresenteerd door Jongbloed en mijzelf aan de voorzitters van de civiele- en kantonsectoren (LOVCK) en andere belangstellenden binnen de Rechtspraak. Eerder die maand werd in Brussel al, op verzoek van de Europese Commissie, een presentatie verzorgd over de resultaten van het onderzoek tijdens een Public Hearing over cross border tenuitvoerlegging en -incasso.2 Ook werd in diverse juridische vakbladen en in nieuwsbrieven aandacht aan de publicatie van het onderzoek besteed.3
De hoofdconclusie van het onderzoek luidde – kort zakelijk samengevat – dat door een onvoldoende werking van waarborgfuncties voor de beslagene binnen de drie afzonderlijke pijlers geen sprake kan zijn van compensatie en daarmee ook niet van een evenwichtig stelsel van conservatoir beslag.4 De ontwikkelingen in de (wettelijke) regeling, met de gevolgen daarvan voor de werking van de regeling in de praktijk, zijn overwegend ten nadele van de waarborgen voor de beslagene geweest. Naar aanleiding van deze bevindingen is in het Research Memorandum aanbevolen om op korte termijn een verbetering van de evenwichtigheid in de regeling te realiseren. Het LOVCK heeft direct na de presentatie van juni 2010 besloten tot het instellen van een werkgroep van ervaren beslagrechters die kon adviseren over de omzetting van de aanbevelingen in rechterlijk beleid. Een en ander heeft geresulteerd in een gewijzigde Beslagsyllabus, versie juni 2011, welke per 1 juli 2011 in werking is getreden. Een nieuwe dynamiek in de vorm van verandering van rechterlijk beleid, naar aanleiding van een door de Raad voor de rechtspraak mogelijk gemaakt onderzoek, waarvan de bevindingen werden onderschreven binnen de Rechtspraak, werd hiermee realiteit.