Lokale democratische innovatie
Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/8.4.2:8.4.2 Overdracht van bestaande bevoegdheden
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/8.4.2
8.4.2 Overdracht van bestaande bevoegdheden
Documentgegevens:
mr. drs. J. Westerweel , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248452:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit is precies de reden waarom de wet op dit moment geen mogelijkheid biedt om de controlebevoegdheden van de raad te delegeren.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wellicht de meest voor de hand liggende manier om betrokkenheid van initiatieven bij controle van het gemeentebestuur concreet te maken, is door hen als bestuurscommissie ex artikel 83 Gemeentewet te organiseren en daaraan bestaande controlebevoegdheden over te dragen. Dit is echter om verschillende redenen op dit moment niet mogelijk. Voor een aantal controlebevoegdheden van de raad geldt een delegatieverbod op basis van artikel 156 lid 2 Gemeentewet. Het betreft de bevoegdheden tot het instellen van een rekenkamer(commissie), het houden van een gemeentelijke enquête, het vaststellen van de financiële verordeningen uit de artikelen 212, 213 en 213a Gemeentewet en het aanwijzen van een accountant. Voor de overige controlebevoegdheden van de raad geldt een delegatieverbod op basis van artikel 156 lid 1 Gemeentewet. Deze bevoegdheden kunnen naar hun aard niet worden overgedragen omdat zij van belang zijn voor de positie van de raad als hoofd van de gemeente. In hoofdstuk zes is behandeld dat de dualiseringswetgever het hoofdschap van de raad zo heeft ingevuld dat hij de eindverantwoordelijkheid moet hebben over het gemeentelijke beleid. Zijn controlerende functie vormt daarvan een cruciaal onderdeel. Politieke controle- en verantwoordingsmechanismen moeten verzekeren dat de raad in laatste instantie de hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid kan bepalen. Dit wordt onmogelijk wanneer controlebevoegdheden die cruciaal zijn voor het activeren van deze politieke verantwoordingsmechanismen zoals het vragenrecht en het recht om wethouders te ontslaan niet meer bij de raad berusten. Ten aanzien van de accountant en de lokale rekenkamer(commissie) geldt eveneens dat hun bevoegdheden niet kunnen worden gedelegeerd. De reden daarvoor is simpel: voor delegatie is op grond van artikel 10:15 Awb een wettelijke grondslag vereist en deze ontbreekt voor hun controlebevoegdheden. In het geval van de bevoegdheid van het college uit artikel 213a Gemeentewet om periodiek een doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek te verrichten, bestaat er wel een wettelijke grondslag voor delegatie in de vorm van artikel 165 lid 1 Gemeentewet. Het lijkt echter aannemelijk dat ook deze bevoegdheid zich naar zijn aard verzet tegen delegatie. Het onderzoek is namelijk te veel als een verplichting voor het college zelf geformuleerd en te veel bedoeld als reflectie voor en door het college door middel van structurele toetsing van het gemeentelijk beleid, de uitvoering daarvan en de inrichting van de gemeentelijke organisatie.
Controlebevoegdheden kunnen, kortom, op dit moment niet worden gedelegeerd aan bestuurscommissies. De (Grond)wet kan natuurlijk gewijzigd worden om de belemmeringen tegen delegatie uit de weg te ruimen. In het geval van de politieke controlebevoegdheden van de raad zou dat neerkomen op een principiële wijziging van de gemeentelijke democratie. Deze bevoegdheden worden door de raad namelijk niet alleen gebruikt om feiten vast te stellen en om te controleren of het college normen heeft overtreden. Het echte belang ervan zit hem erin dat zij de raad in staat stellen het college ter verantwoording te roepen. Dit ondersteunt enerzijds het beginsel dat de raad het politieke primaat heeft omdat het hem in staat stelt te bepalen of hij het college moet bijsturen. De regering heeft dit met zo veel woorden tijdens de parlementaire behandeling van de dualiseringswet bevestigd door aan te geven dat controle door de raad ook kaderstelling kan inhouden. Anderzijds zijn de controlebevoegdheden voor de raad en zijn leden van groot belang om de politisering tot stand te brengen die de wetgever in 2002 voor ogen stond. De controlebevoegdheden zijn bedoeld als instrumenten voor raadsleden om debat uit te lokken in de raad en om politieke verschillen voor kiezers inzichtelijk te maken. Zonder deze bevoegdheden wordt het voor de raad aanzienlijk lastiger om als politieke arena te functioneren, wat afbreuk doet aan het beginsel dat het gemeentelijk bestuursmodel is gedualiseerd.1 Een wetswijziging die het mogelijk maakt de controlebevoegdheden van de raad te delegeren, moet daarom als principiële wijziging van de gemeentelijke democratie worden beschouwd. Ten aanzien van de controlebevoegdheden van andere controleurs kan het wettelijk kader wel gewijzigd worden zonder dat dit tot een principiële botsing leidt met de beginselen van de gemeentelijke democratie. Deze controlebevoegdheden zijn rechtsstatelijk van aard en het tast de positie van de raad niet aan wanneer zij bij bestuurscommissies belegd worden die bestaan uit burgers. Tegen een dergelijke handelswijze kan wel bezwaar worden gemaakt vanuit het idee dat rechtsstatelijke controle verricht moet worden door experts, maar dit is een bezwaar dat niet voortkomt uit beginselen die ten grondslag liggen aan de gemeentelijke democratie.