Lokale democratische innovatie
Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/8.4.1:8.4.1 Controle zonder formele bevoegdheden
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/8.4.1
8.4.1 Controle zonder formele bevoegdheden
Documentgegevens:
mr. drs. J. Westerweel , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248473:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Schram, Van Twist en Van der Steen 2018, p. 4-5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het staat gemeentelijke bestuursorganen vrij om zelf vormen van controle door initiatieven te organiseren zonder dat deze over formele bevoegdheden beschikken. De Burgerjury in Rotterdam is daar een goed voorbeeld van. In het vorige hoofdstuk is beschreven dat deze jury door het college in het leven is geroepen om het beleid van het college te controleren en te beoordelen. De Burgerjury heeft daarbij geen formele status gekregen en heeft ook geen bevoegdheden gedelegeerd gekregen voor het verrichten van zijn taken. Deze vorm van controle lijkt in die zin op de wijze waarop de pers het (gemeente)bestuur controleert. Het organiseren van controle door initiatieven zonder dat deze over formele bevoegdheden beschikken, botst praktisch noch principieel met het wettelijk kader. Het doet, met andere woorden, geen afbreuk op de beginselen die ten grondslag liggen aan de gemeentelijke democratie.
Een opzet zonder formele bevoegdheden kent bepaalde voor- en nadelen. Het grote voordeel van deze aanpak is dat het orgaan dat de controle organiseert geheel vrij is om de vorm en opzet ervan te bepalen. Een orgaan als het college kan zich blootstellen aan rechtsstatelijke controle van zijn beleid, maar ook aan een beoordeling aan de hand van politieke controle. Dat laatste gebeurde in het geval van de Burgerjury in Rotterdam. Het college gaf elke bijeenkomst een toelichting op het gevoerde beleid en stelde aan de deelnemers de vraag wat zij ervan vonden. De deelnemers beoordeelden vervolgens het beleid niet op basis van bijzondere feiten of specialistische kennis, maar op basis van hun eigen ervaringen. Het oordeel was geen rechtsstatelijke toets in de zin van een vaststelling van de feiten en een antwoord op de vraag of er bepaalde normen waren overtreden, maar was een antwoord op de vraag of de deelnemers tevreden waren over het beleid. Dit kwam symbolisch tot uiting door het toekennen van een rapportcijfer aan het beleid van het college. Hoewel de Burgerjury zich met dit type controle min of meer op het terrein van de raad begaf en het college direct verantwoording aflegde over het beleid aan burgers, is het voor het college zeker niet verboden om zich op deze wijze te laten controleren. De controle kan het college van specifieke informatie over de belevenis van beleid voorzien vanuit het perspectief van burgers.1 Er komen misschien details naar voren over de uitwerking van het beleid waar het college zelf niet achter was gekomen of waar het niet door de raad op gewezen zou zijn. Het organiseren van dit type controle kan daardoor zelfs een versterking zijn van het beginsel van subsidiariteit dat kenmerkend is voor de gemeentelijke democratie. Deze opzet kent echter ook bepaalde nadelen. Anders dan bijvoorbeeld een lokale rekenkamer, die in de artikelen 183 en 184 Gemeentewet bevoegdheden heeft gekregen om hem te ondersteunen bij het verrichten van zijn controle, zijn initiatieven als de Burgerjury voor het verrichten van hun controle geheel afhankelijk van het orgaan dat zij dienen te controleren. In het geval van de Burgerjury bepaalde het college welke thema’s zouden worden gecontroleerd en welke informatie daarvoor werd aangeleverd. De Burgerjury kon ook niet zelfstandig achterhalen of er op basis van zijn oordelen beleidswijzigingen waren doorgevoerd. Ongeacht of het nu gaat om rechtsstatelijk of politieke vormen van controle, afhankelijkheid van het orgaan dat gecontroleerd wordt is voor geen enkele controleur een goede uitgangspositie. De twee andere manieren om burgers bij de controle van het gemeentebestuur te betrekken, ondervangen dit specifieke probleem door daadwerkelijk controlebevoegdheden bij hen te beleggen.