Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/6.6.3.1
6.6.3.1 Eigen toezichtsinformatie
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS602226:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Informatie die in elk geval als vertrouwelijk moet worden aangemerkt betreft onder meer informatie van financiële ondernemingen met betrekking tot de bedrijfsvoering, de liquiditeitspositie, de (maand)rapportages, gegevens over (potentiële) bestuurders, solvabiliteitsmarges, gegevens over debiteuren, crediteuren of cliënten, gegevens van de afdeling R&D, plannen voor fusies of overnames en marketing/ verkoopstrategieën. Het gaat om gegevens die van invloed kunnen zijn op de concurrentiepositie van de betreffende onderneming of een disproportionele inbreuk kunnen maken op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene (Kamerstukken II, 2003-2004, 29708, nr. 3, p. 47).
Art. 1:89, lid 1, Wft. Zie art. 204 Pw voor de spiegelbeeldige bepaling in de Pensioenwet.
Art. 1:90, lid 1, sub b, Wft. Er moet overigens ook worden voldaan aan de voorwaarden uit sub a en sub c tot en met f. Op die andere voorwaarden ga ik hier verder niet in.
Omgekeerd kan verkregen vertrouwelijke informatie uit het toezicht op pensioenfondsen ook relevant zijn voor het toezicht op bijvoorbeeld vermogensbeheerders of verzekeraars. De Pensioenwet bevat ook op dit punt bepalingen die gebaseerd zijn op de Wft. Art. 204, lid 1, Pw bevat een geheimhoudingsplicht en verbiedt het gebruik van zulke informatie voor andere doeleinden dan op grond van de Pensioenwet is vereist. Art. 205, lid 1, sub b, Pw staat toe dat de toezichthouder zulke informatie deelt met de andere toezichthouder, mits dit past in het kader van het toezicht op pensioenuitvoerders. Naar de letter van de wet genomen mag de toezichthouder vertrouwelijke informatie die hij heeft verkregen uit het toezicht op pensioenfondsen dus niet gebruiken voor het toezicht op financiële ondernemingen. Anders dan de uitzondering in de Wft, brengt de uitzondering in de Pensioenwet daar geen verandering in. Omdat zowel de geheimhoudingsplicht als de genoemde uitzondering gebaseerd zijn op de vergelijkbare bepalingen uit de Wft, meen ik dat ook hier uit de wetssystematiek volgt dat de toezichthouder zulke vertrouwelijke informatie wél mag gebruiken voor het toezicht op financiële ondernemingen. Het was niettemin beter geweest als dit ook met zoveel woorden in de wet stond.
Informatie die DNB of de AFM verwerft door eigen toezichtshandelingen jegens de dienstverlener, zal veelal vertrouwelijk van aard zijn.1 Het uitgangspunt is dat de toezichthouder zulke vertrouwelijke informatie slechts mag gebruiken voor het Wft-toezicht.2 De toezichthouder of toezichtmedewerker mag de vertrouwelijke informatie dus wel gebruiken voor het toezicht op bijvoorbeeld een andere beleggingsonderneming of een beleggingsinstelling. De wettekst suggereert echter dat die vertrouwelijke informatie niet mag worden gebruikt voor het toezicht op grond van de Pensioenwet.
Een toezichthouder mag zulke vertrouwelijke informatie wel delen met “de andere” toezichthouder, mits het beoogde gebruik van de vertrouwelijke gegevens of inlichtingen past in het kader van het toezicht op (…) personen die op die markten werkzaam zijn.3 Pensioenfondsen zijn (rechts)personen die op de financiële markten actief zijn. De AFM mag dus informatie die het heeft verkregen uit het toezicht op beleggingsondernemingen, delen met DNB voor het toezicht op pensioenfondsen.
Uit deze wetssystematiek volgt naar mijn mening dat DNB ook informatie die hij zélf verkrijgt uit het toezicht op (bank)beleggingsondernemingen, mag gebruiken voor zijn toezicht op pensioenfondsen. Als een toezichthouder informatie met een andere toezichthouder mag delen voor een bepaald doel, dan mag hij die informatie ook zelf voor dat doel gebruiken.4