De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/1.3.3.3:1.3.3.3 Rechtsvergelijking ter inspiratie
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/1.3.3.3
1.3.3.3 Rechtsvergelijking ter inspiratie
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS385536:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dat wil zeggen: er wordt geen gebruik gemaakt van de methode normatieve of argumentatieve rechtsvergelijking (zie ook Smits 2009, p. 49 en Giesen 2005, p. 19-24).
Hierna: VS.
Hierna: VK.
Waaronder ook Nederlandse beroepsbeoefenaren. Met name advocaten en notarissen maken gebruik van de LLP.
Zie hierover ook Hol 2014, p. 591.
Blanco Fernández & Van Olffen 2007.
Wuisman 2011.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit onderzoek zal dus ook, naast een beschrijving van het recht, een normatief oordeel bevatten over hoe het recht zou moeten luiden. Ter ondersteuning van de conclusies naar Nederlands recht, zal bovendien een blik over de grens worden geworpen. Er worden rechtsvormen onderzocht uit drie verschillende landen die deze rechtsvormen met het oog op beroepsuitoefening in samenwerkingsverband hebben ontwikkeld. Deze blik over de grens dient echter puur ter inspiratie: er wordt niet getracht om een rechtsvergelijking te maken in de klassieke zin.1 Het accent ligt in dit onderzoek op een analyse van de Nederlandse situatie. Het uitgangspunt van dit onderzoek is, mede in het kader van de relevantie van het onderzoek, de toetsing van het bestaande Nederlandse palet aan rechtsvormen dat nu door beroepsbeoefenaren wordt gebruikt. De buitenlandse rechtsvormen worden slechts ter oriëntatie en inspiratie gebruikt voor een antwoord op de centrale onderzoeksvraag. De blik over de grens kan wellicht wel een bron van argumenten opleveren waarmee eventuele normatieve conclusies die uit het onderzoek (naar Nederlands recht) volgen, kunnen worden ondersteund.
Er is gekozen om in drie landen ‘rechtsvergelijkende inspiratie’ op te doen. Dit zijn de Verenigde Staten van Amerika,2 het Verenigd Koninkrijk3 en Duitsland. Deze drie landen zijn primair gekozen omdat zij alle over rechtsvormen beschikken die op basis van de wensen van beroepsbeoefenaren zijn ontwikkeld. Daarnaast is een belangrijk argument voor deze keuze dat het ook in de meeste gevallen deze rechtsvormen zijn die, mede als gevolg van de vrijheid van vestiging, door beroepsbeoefenaren worden gebruikt om zich te organiseren wanneer zij hiervoor een buitenlandse in plaats van een Nederlandse rechtsvorm gebruiken. De VS kent de limited liability partnership (LLP) en de limited liability company (LLC), het VK heeft de limited liability partnership (LLP) en Duitsland beschikt over de Partnerschaftsgesellschaft (PartG) en de Partnerschaftsgesellschaft mit beschränkter Berufshaftung (PartG mbB).
Voor de VS en het VK is gekozen omdat daar in de afgelopen decennia belangrijke ontwikkelingen zijn geweest op het gebied van de rechtsvormen speciaal geschikt voor de uitoefening van het beroep. Bovendien zijn de rechtsvormen uit deze landen een nadere beschouwing waard nu deze ook al veelvuldig worden gebruikt door beroepsbeoefenaren buiten de betreffende landen zelf4 en dus erg aantrekkelijk lijken te zijn. In Duitsland zijn de ontwikkelingen op het gebied van rechtsvormontwikkeling zelfs nog recenter. Omdat het Duitse rechtssysteem, als civil-lawsysteem, veel meer lijkt op het Nederlandse dan dat van de common-lawlanden, is het bovendien gemakkelijker om de ontwikkelingen bij onze oosterburen als inspiratiebron te gebruiken.5 Omdat de Amerikaanse en Britse rechtsvormen al eerder uitgebreid zijn onderzocht door Blanco Fernández en Van Olffen,6 alsmede door Wuisman,7 zal in dit onderzoek de nadruk liggen op de in Duitsland beschikbare rechtsvorm(en) voor beroepsbeoefenaren.