Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/7.5.1
7.5.1 Inleiding
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS598773:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Strikt genomen kan hij wel weg bij zijn pensioenfonds, maar daarvoor moet hij zijn baan opzeggen en niet aan de slag gaan bij een andere onderneming die de pensioenregeling bij hetzelfde pensioenfonds heeft ondergebracht. Zeker wanneer deelneming aan een pensioenregeling voor een gehele bedrijfstak is verplicht gesteld, is dat erg bezwaarlijk.
“Governance” of “pension fund governance” wordt gewoonlijk vertaald als “goed pensioenfondsbestuur”. Het ziet echter op meer dan enkel het functioneren van het pensioenfondsbestuur. Het betreft ook de medezeggenschap van belanghebbenden en het (interne) toezicht op het bestuur.
De positie van een begunstigde tegenover zijn pensioenfonds is beduidend anders dan die van een cliënt tegenover een financiële onderneming. Stemt de dienstverlening van de onderneming niet tevreden, dan kan de cliënt overstappen naar een andere onderneming. Die mogelijkheid bestaat voor begunstigden van een pensioenfonds gewoonlijk niet. In de pensioensector is er veelal sprake van verplichte deelname. De begunstigde zit “vast” in het fonds.1
De naleving van wettelijke en contractuele verplichtingen is voor begunstigden evenwel van minstens zo groot belang als voor cliënten van financiële ondernemingen. Voor hen gaat het om (een deel van) hun levensonderhoud na pensionering, niet om bijvoorbeeld de tijdige uitvoering van een betaalopdracht. Anders dan cliënten van financiële ondernemingen, kunnen begunstigden echter ook invloed uitoefenen op het beleid en de gang van zaken binnen het pensioenfonds. Hierna onderzoek ik welke mogelijkheden begunstigden hebben om langs deze institutionele weg de naleving van de uitbestedingsregels en de prudent person-regel te verzekeren. Eerst ga ik in hoofdlijnen in op de wijzen waarop het fonds zijn “governance” kan inrichten.2 Daarna ga ik in op de wijzen waarop begunstigden concreet hun institutionele invloed kunnen doen gelden.