Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.8.2
II.4.8.2 Deelnemingen in entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS500343:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ 29 april 2004, zaak C-77/01, BNB 2004/285 (concl. A-G Léger; EDM; m.nt. M.E. van Hilten).
HvJ 26 juni 2003, zaak C-442/01, FED 2003/552 (KapHag; m.aant. J.J.P. Swinkels); HvJ 26 mei 2005, zaak C-465/03, BNB 2005/313 (concl. A-G Jacobs; Kretztechnik; m.nt. M.E. van Hilten).
Van Doesum 2009, p.186-189, 547-548. Zie ook J.H.M. Arts, ‘Heffing van omzetbelasting bij fusies, splitsingen en interne reorganisaties’, in: M. Gabriël & R. Luja (red.), De toekomst van de btw (Denie-bundel), Deventer: Kluwer 2011, p. 19.
Zie ook Van Doesum 2009, p. 540 e.v.
In het arrest in de zaak EDM zijn aanwijzingen te vinden dat deelnemingen in entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid voor de heffing van omzetbelasting inderdaad niet wezenlijk verschillen van aandelen in kapitaalvennootschappen.1 Het Hof van Justitie overweegt namelijk dat de opbrengst uit beleggingen in investeringsfondsen op één lijn moet worden gesteld met dividend op aandelen:
‘63. Wat de opbrengst uit beleggingen in investeringsfondsen betreft, zij vastgesteld dat deze niet de rechtstreekse vergoeding vormt voor diensten bestaande uit de terbeschikkingstelling van kapitaal aan een derde (…). Net zoals bij dividenden kan zulke opbrengst niet worden geacht de werkelijke tegenwaarde te vormen voor een verstrekte dienst. (…)’
Daarnaast kan uit de arresten in de zaken KapHag en Kretztechnik worden afgeleid dat de opname van een persoon in een personenvennootschap tegen contante inbreng niet wezenlijk verschilt van een uitgifte van aandelen tegen inbreng.2 Zo overweegt het Hof van Justitie in de zaak Kretztechnik:
‘24. Dienaangaande heeft het Hof reeds geoordeeld dat een personenvennootschap bij het opnemen van een vennoot tegen betaling van een contante inbreng, te zijnen behoeve geen dienst onder bezwarende titel verricht in de zin van artikel 2, punt 1, van de Zesde richtlijn (arrest KapHag, (…) punt 43).
25. Hetzelfde geldt voor de uitgifte van aandelen om kapitaal aan te trekken.’
Ook de conclusie van Van Doesumin zijn dissertatie uit 2009 – over contractuele samenwerkingsverbanden – is dat het voor de omzetbelasting conceptueel geen wezenlijk verschil maakt of wordt deelgenomen in een kapitaalvennootschap of in een personenvennootschap.3 Van belang is wel dat het bij entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid in de praktijk lastiger kan zijn vast te stellen of deelnemer en entiteit in het kader van hun kapitaals- of deelnemerschapsrelatie handelen of toch prestaties uitwisselen.4 Privaatrechtelijk bestaat die kapitaalsrelatie immers niet. Anders dan bij NV’s en BV’s, waarbij de kapitaalsrelatie in boek 2 BW en statuten van de vennootschap in principe gedetailleerd is geregeld, kan de situatie bij entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid daarom een stuk onduidelijker zijn. Dat komt, onder meer, omdat partijen meer flexibiliteit hebben om hun samenwerking inclusief winstverdeling te regelen (en dat al dan niet uitputtend aan het papier toe te vertrouwen). Een grotere mate van flexibiliteit is ook te zien bij de hierna te bespreken coöperaties.