De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.17.3.1:IV.17.3.1 Hoofdregel: vrijheid van intrekking
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.17.3.1
IV.17.3.1 Hoofdregel: vrijheid van intrekking
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS374118:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze bepaling luidt: Die Gesetzgebung ist an die verfassungsmäßige Ordnung, die vollziehende Gewalt und die Rechtsprechung sind an Gesetz und Recht gebunden.
Ipsen 2012, p. 174.
Erichsen/Brügge 1999 (1), p. 163.
BVerwGE 30 januari 1974, bandnr. 44, 333 en BVerwGE 24 februari 2011, NVwZ 2011/ 888.
Zie paragraaf 17.4.2.
Ermessen.
Erichsen/Ehlers 2010, p. 723, Ehlers/Kallerhoff 2009, p. 826, Erichsen/Brügge 1999 (1), p. 163).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals gezegd is de hoofdregel met betrekking tot de intrekking van onrechtmatige belastende beschikkingen neergelegd in de eerste volzin van § 48 lid 1 VwVfG. Deze bepaling luidt:
‘Ein rechtswidriger Verwaltungsakt kann, auch nachdem er unanfechtbar geworden ist, ganz oder teilweise mit Wirkung für die Zukunft oder für die Vergangenheit zurückgenommen werden.’
Het beginsel van freie Rücknehmbarkeit vloeit voort uit de gebondenheid van het bestuur aan de wet (vgl. art. 20 lid 3 GG1). De gedachte is dat wanneer een beschikking onrechtmatig is, deze moet kunnen worden ingetrokken.2 Daar tegenover staat onder meer de rechtszekerheid.3 In een concreet geval dient een afweging te worden gemaakt. Beide uitgangspunten staan gelijkwaardig tegenover elkaar.4 Het uitgangspunt van freie Rücknehmbarkeit geldt, gelet op de tekst van de bepaling, tevens voor de intrekking van een onrechtmatige begunstigende beschikking. Echter, ten aanzien van laatstgenoemde beschikkingen vindt een nuancering plaats in de tweede volzin van § 48 lid 1 VwVfG. Hierop wordt verderop in dit hoofdstuk ingegaan.5
Blijkens de tekst van de bepaling is de intrekking van een onrechtmatige belastende beschikking een bevoegdheid met beleidsvrijheid.6 Bepaald is immers dat de beschikking ‘kan’ worden ingetrokken. Dat betekent dat het bestuursorgaan, alvorens in te trekken, een belangenafweging dient te maken. Een aantal elementen speelt hierbij een rol. Gedacht kan worden aan de ernst van de onrechtmatigheid, de tijd die is verstreken sinds verlening van de beschikking en aanwezigheid van eventuele andere getroffenen.7