Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/147:147 Onverpandbaarheid van een overdraagbare vordering
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/147
147 Onverpandbaarheid van een overdraagbare vordering
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 14-08-2025
- Datum
14-08-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD21614:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Mijnssen/Van Velten/Van Mierlo 3-III 2003, nr. 102a.
Zo ook Asser/Mijnssen/Van Velten/Van Mierlo 3-III 2003, nr. 102a, Beekhoven van den Boezem 2003a, p. 66-67 en M.H.E. Rongen in zijn noot in JOR onder HR 17 januari 2003, JOR 2003/52, NJ 2004, 281 m.nt. HJS (Oryx/Van Eesteren).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 6.4.1 werd geconcludeerd dat naar geldend recht een onoverdraagbare vordering niet vatbaar is voor verpanding. In die paragraaf werd voorgesteld onoverdraagbare vorderingen in beginsel wel vatbaar voor verpanding te doen zijn. Wordt verpandbaarheid van onoverdraagbare vorderingen door de wetgever mogelijk gemaakt, dan kunnen partijen overeenkomen dat een vordering uit hun overeenkomst niet overdraagbaar, maar wel verpandbaar zal zijn. In dat geval is een vordering niet onverpandbaar om de enkele reden dat de onoverdraagbaarheid ervan bedongen is. Mijnssen stelt weliswaar dat een beding van onoverdraagbaarheid altijd zo moet worden uitgelegd dat het mede beoogt verpanding uit te sluiten,1 maar een dergelijke absolute uitlegregel past niet in ons flexibele overeenkomstenrecht.
Voor de volledigheid zij nog opgemerkt dat naar geldend recht partijen wel de mogelijkheid hebben een overdraagbare vordering door een daartoe strekkend beding onverpandbaar te doen zijn. Geen dwingende wetsbepaling verzet zich hiertegen.2