De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/5.2:5.2 De drivers achter de keuze voor een interne organisatiestructuur: flexibiliteit, continuïteit, rechtszekerheid en overige rechtsvorm-specifieke karaktereigenschappen
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/5.2
5.2 De drivers achter de keuze voor een interne organisatiestructuur: flexibiliteit, continuïteit, rechtszekerheid en overige rechtsvorm-specifieke karaktereigenschappen
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS391523:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nu in de vorige paragraaf de keuze voor toetsing aan die verschillende drijfveren is toegelicht en verantwoord, verdienen de drijfveren zelf nog een nadere toelichting.
Wanneer in dit hoofdstuk over de flexibiliteit van een rechtsvorm gesproken wordt, wordt gedoeld op de plooibaarheid van de rechtsvorm: in hoeverre is men, bij het aangaan, ‘tijdens de rit’ en het eindigen ervan, gebonden aan regels en richtlijnen en welke regels en richtlijnen zijn dit dan? Met andere woorden: in hoeverre kan de juridische structuur zodanig worden ingericht dat deze beantwoordt aan de wensen van de gebruikers zonder dat zij hierbij gehouden zijn aan bepaalde ‘dwingendrechtelijke’ regels? Met continuïteit wordt gedoeld op de voortgang van de rechtsvorm c.q. de samenwerking. In hoeverre is deze gewaarborgd bij het gebruik van een bepaalde rechtsvorm en waarvan is deze afhankelijk? Bij de bespreking van de driver rechtszekerheid wordt gekeken in hoeverre de rechtsvorm de zekerheid geeft bij het gebruik ervan: in hoeverre kan de gebruiker ervan (in dit onderzoek de beroepsbeoefenaar) erop rekenen dat zijn rechten geëerbiedigd zullen worden?
In de paragraaf over rechtsvorm-specifieke karaktertrekken worden eventuele (andere) bijzondere eigenschappen van de rechtsvorm besproken op basis waarvan deze aantrekkelijk zou kunnen zijn voor samenwerkende beroepsbeoefenaren, zoals uitstraling en het belang waarop de onderneming zich richt (het ‘levensdoel’ van de onderneming).