Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/7.7.1
7.7.1 Het te beoordelen aspect van de rechtsverhouding
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS599655:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In het vervolg van dit boek gebruik ik soms de term ‘betrokken bij de rechtsverhouding’ in plaats van ‘betrokken bij het te beoordelen aspect van de rechtsverhouding’, maar dit is slechts ten behoeve van de leesbaarheid. Een functionaris kan nauw betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van een overeenkomst – en in die zin betrokken bij de contractuele rechtsverhouding tussen rechtspersoon en wederpartij – maar geen enkele betrokkenheid hebben bij de uitvoering daarvan. Is de informatie in kwestie slechts relevant voor een uitvoeringsaspect, dan is niet aan het vereiste van betrokkenheid voldaan.
200. Tjittes’ behandeling van Los Gauchos (zie randnummer 198) legt bloot waarom het, voor het formuleren van een hoofdregel inzake kennistoerekening, niet volstaat om enkel te beoordelen of iemand Wissensvertreter is. Er moet daarnaast een verband bestaan tussen de verkregen kennis en (wat Tjittes noemt) “het voorliggende aspect”. Dat wil zeggen: het te beoordelen aspect van de rechtsverhouding, met andere woorden het aspect van de rechtsverhouding waarvoor die kennis relevant is. Om de kennis van een functionaris zonder uitgebreide weging van omstandigheden te kunnen toerekenen aan de rechtspersoon, moet die functionaris niet alleen Wissensvertreter zijn, maar ook betrokken zijn bij het te beoordelen aspect van de rechtsverhouding. Betrokkenheid van de functionaris is wat een situatie tot een standaardsituatie maakt. Zou dit element ontbreken, dan zou relevante kennis van medewerkers die in het geheel niet bij de te beoordelen kwestie betrokken zijn, zonder meer kunnen worden toegerekend. Dat gaat naar mijn mening te ver.
201. Wat bedoel ik nu met ‘het te beoordelen aspect van de rechtsverhouding’?1 Het is hetgeen waarvoor de kennis relevant is. Het zou kunnen worden getypeerd als: het equivalent van ‘de totstandkoming van de rechtshandeling en de bepaling van haar inhoud’ bij art. 3:66 lid 2 BW. Het ‘te beoordelen aspect van de rechtsverhouding’ is niet een erg nauwkeurige formulering, maar de grote verscheidenheid van gevallen waarin de regel moet kunnen worden toegepast, maakt het lastig om minder algemeen te zijn. Om wat concreter te maken wat ik bedoel, noem ik ten aanzien van de voorbeelden van paragraaf 7.2 welk aspect van de rechtsverhouding daar ter beoordeling voorlag:
bij a: de gelegenheid van de koper om een gebrek te ontdekken dat de klachttermijn doet aanvangen;
bij b: het moment waarop voor de verhuurder informatie beschikbaar kwam over de schade en de aansprakelijke persoon;
bij c: het in acht nemen van de grenzen van een te bebouwen perceel;
bij d: de vervulling van de onderzoeksplicht van de koper.
De betrokkenheid bij het te beoordelen aspect van de rechtsverhouding maakt dat wel de kennis wordt toegerekend van de medewerker die de machine in ontvangst neemt, maar niet (zonder meer) die van zijn collega die de machine bij toeval in het magazijn ziet staan (voorbeeld a). Die betrokkenheid maakt dat wel de kennis wordt toegerekend van de medewerkster die onderzoek doet naar de vervuiling van het terrein, maar niet (zonder meer) die van haar collega die bij toeval weet dat daar vroeger een verffabriek stond (voorbeeld d).
In art. 3:66 lid 2 BW ziet ‘het aandeel’ op de invloed die volmachtgever of gevolmachtigde op de rechtshandeling heeft gehad – al dan niet in de ogen van de wederpartij. Bij toerekening van kennis in standaardgevallen draait het in mijn ogen om de invloed die de functionaris wordt geacht te hebben op de situatie waarvoor kennis relevant is: ligt het voor de hand dat juist deze persoon zal klagen over de gebrekkige prestatie, erop zal letten dat geen overbouw plaatsvindt, een stuitingsbrief zal versturen, et cetera?