Uitbesteding in de financiële sector
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/1.6:1.6 Plan van aanpak
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/1.6
1.6 Plan van aanpak
Documentgegevens:
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS600994:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De opbouw van dit proefschrift volgt de lijn die hierboven is beschreven. In hoofdstuk 2 onderzoek ik of er een systeem aan de uitbestedingsregels ten grondslag ligt en welk dat is. Hier hangt het onderzoek naar de reikwijdte van de uitbestedingsregels mee samen. Dat onderzoek betrek ik eveneens in dit hoofdstuk. Dit hoofdstuk ligt aan de basis van het verdere onderzoek en vormt daarmee de kern van dit proefschrift. In de daarna volgende hoofdstukken werk ik de uitbestedingsregels concreet uit voor het geval dat een pensioenfonds het vermogensbeheer uitbesteedt.
Hoofdstukken 3 en 4 vormen een voorbereiding op de behandeling van het voorbeeld van het uitbestedende pensioenfonds. In hoofdstuk 3 ga ik in op de eisen die worden gesteld aan het vermogensbeheer door pensioenfondsen. In hoofdstuk 4 ga ik in op het leerstuk van de doorwerking van Europese richtlijnen in het nationale privaatrecht. Dit is nodig omdat de Nederlandse uitbestedingsregels en de eisen aan het vermogensbeheer door pensioenfondsen in belangrijke mate zijn ontleend aan Europese richtlijnen. In dit hoofdstuk onderzoek ik in hoeverre het toelaatbaar is dat overheid of burgers van deze voorschriften afwijken. Ook onderzoek ik in dit hoofdstuk of handelingen in strijd met deze voorschriften aantastbaar zijn.
Aan de hand van deze drie hoofdstukken, werk ik in hoofdstuk 5 de consequenties van de uitbestedingsregels uit voor een pensioenfonds dat zijn vermogensbeheer uitbesteedt. Ik onderzoek daarbij waar een pensioenfonds bij de uitbesteding op moet letten. Waar het een zekere vrijheid heeft bij de voorbereiding van de uitbesteding of de vormgeving van de uitbestedingsrelatie, onderzoek ik de grenzen van die vrijheid. Ook kom ik tot aanbevelingen aan uitbestedende ondernemingen. Dit hoofdstuk is weliswaar ingestoken vanuit het oogpunt van de uitbesteder. Het behandelt tegelijkertijd ook de positie van de dienstverlener. De uitbesteder en de dienstverlener zitten immers aan weerszijden van dezelfde relatie. De vormgeving die de uitbesteder aan de relatie geeft of kan geven, vertaalt zich dus rechtstreeks naar de positie van de dienstverlener in deze relatie.
Vervolgens ga ik in hoofdstuk 6 in op de positie van de toezichthouder. De uitbestedingsregels dienen immers te verzekeren dat de toezichthouder adequaat toezicht op de uitbestede werkzaamheden kan blijven uitoefenen. De positie van de toezichthouder is met name relevant waar de uitbestedingsregels niet goed zijn nageleefd. Tot slot onderzoek ik in hoofdstuk 7 de positie van de begunstigde van een pensioenfonds. Het toezicht op pensioenfondsen en ook de uitbestedingsregels dienen immers uiteindelijk om zijn belangen te beschermen.