Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/1.1
1.1 Onderwerp van onderzoek
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS596384:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Bijv.: Danneel 1995 en Vercauteren 2000.
Lucas 16:1-7 en 19:11-27 (in De Nieuwe Bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap).
Rostowzew 1904, p. 376. Zie ook de definitie van “publican” in de Encyclopædia Brittanica (www.britannica.com). Het werk van een publicanus lijkt wel op wat tegenwoordig “factoring” wordt genoemd. Het verdienmodel was erop gericht dat de koopsom van dit recht lager moest zijn dan de (verwachte) opbrengsten van de inning. De schuldeiser heeft (respectievelijk de staat had) als voordeel dat onzekere inkomsten in de toekomst worden omgezet in zekere inkomsten nu.
Mattheüs 9:9.
Lucas 16:2. Een tollenaar inde als publicanus (zie voetnoot 3) belastingen. Waar een tollenaar het recht had gekocht om belastingen te innen, had een hoofdtollenaar dat recht weer in delen doorverkocht aan anderen.
Joint Forum-richtlijnen 2005, p. 5. Het Joint Forum verwijst daarbij naar onderzoek van The Outsourcing Institute (5th Annual Outsourcing index 2004). Dat onderzoek is niet op de website van The Outsourcing Institute terug te vinden. Het stemt wel overeen met de ervaringen van de leden van het Joint Forum. Het stemt ook overeen met bevindingen van de Duitse toezichthouder BaFin: Konschalla 2013, p. 24.
Federal Reserve Bank of New York 1999, p. 4; en Joint Forum-richtlijnen 2005, p. 6. Het Joint Forum verwijst daarbij naar onderzoek van The Outsourcing Institute (5th Annual Outsourcing index 2004) en naar onderzoek van de ECB in 2004. Beide onderzoeken zijn niet terug te vinden op de websites van de onderzoekende organisaties. Ze stemmen wel overeen met bevindingen in de literatuur (bijv.: De Wit e.a. 1998, p. 26). Het stemt ook overeen met recentere bevindingen van de Duitse toezichthouder BaFin (Konschalla 2013, p. 24).Vergelijk ook de criteria die in aanmerking worden genomen om te bepalen of een abi-beheerder objectieve argumenten hanteert om werkzaamheden uit te besteden (hetgeen voor abi-beheerders een dwingende voorwaarde is om te mogen uitbesteden). Tot deze criteria behoren: (a) optimalisatie van bedrijfsfuncties en -processen, (b) kostenbesparingen, (c) deskundigheid van de dienstverlener, en (d) toegang van de dienstverlener tot mondiale handelsmogelijkheden (art. 76, lid 1, Gedelegeerde AIFMD-verordening).
Quinn & Hilmer 1994, p. 43-55.
De Wit e.a., p. 28-29.
Brück 1995, p. 28-47.
Hoewel uitbestedingen vaak zijn ingegeven met het oog op kostenreductie, komt het bij uitbesteding nogal eens voor dat de kosten juist oplopen. Beulen & Delen e.a., 2006, p. 21-22.
Bierman & Van Leeuwen 2006, p. 37-39.
Kaufmann e.a. 2009.
Beulen 2005, p. 31.
Bovenberg, Maatman & Winter 2011, p. 386.
Joint Forum-richtlijnen 2005, p. 4.
Deze gegevens zijn te vinden via www.statistics.dnb.nl > Financiële instellingen > Pensioenfondsen > Toezichtgegevens pensioenfondsen, onder tabel T8.2, Organisatie & Pension fund governance. Het gaat hier overigens om het percentage pensioenfondsen. Er is niet gecorrigeerd voor het (enorme) verschil in omvang tussen pensioenfondsen. Het blijft daardoor onduidelijk om welk deel van de deelnemers aan en andere begunstigden van pensioenfondsen, of om welk deel van het totale pensioenfondsenvermogen het hier gaat.
Joint Forum-richtlijnen 2005, p. 1; IOSCO-richtlijnen 2005, p. 2; IOSCO Report on investment management 1994, p. 7; toelichting op het Bup, Stcrt. 2004, 20, p. 61; toelichting op de Ruv, Stcrt. 2004, 20, p. 61; en toelichting op de Bu, Stcrt. 2002, 13, p. 24.
Uitbesteding is van alle tijden. De term “uitbesteding” duidde vanaf de late middeleeuwen bijvoorbeeld op de opvang door gastgezinnen van wezen en van bejaarden die niet langer voor zichzelf konden zorgen. De opvang van deze “bestedelingen” was een taak van de gemeentelijke overheid die voor die uitbesteding aan pleeggezinnen een vergoeding betaalde.1 In het Nieuwe Testament vindt men de parabelen over een rentmeester die de eigendommen van zijn heer verkwist en van de man van voorname afkomst die tien van zijn dienaren elk 100 drachme in beheer geeft.2 De oude Romeinen kenden de figuur van de “publicanus”. Een publicanus kocht van de overheid het recht om bepaalde taken uit te voeren, zoals de inning van pachten of van belastingen.3 Ook de figuur van onderuitbesteding is zo oud als de weg naar Rome. Zo was de apostel Mattheüs een tollenaar4 en de bijbelse figuur Zacheüs een hoofdtollenaar.5
In dit onderzoek beperk ik mij evenwel tot het nu en tot de financiële sector. Desondanks is het lastig om objectieve kengetallen over de uitbestedingsmarkt vast te stellen. Wel is duidelijk dat ICT en administratie tot de activiteiten behoren die het meest worden uitbesteed.6 Tot de belangrijkste redenen om tot uitbesteding over te gaan behoren 1) het behalen van kostenvoordelen, 2) het verkrijgen van toegang tot externe deskundigheid en 3) het richten op de eigen kerncompetenties.7
Aan uitbesteding kleven echter ook risico’s. In de bedrijfseconomische literatuur is daar vrij uitgebreid over geschreven. Als risico’s worden bijvoorbeeld genoemd het verlies van deskundigheid en vaardigheden ten aanzien van de uitbestede werkzaamheden,8 het risico dat de uitbesteding (daardoor) onomkeerbaar wordt,9 het risico dat de uitbesteder zelfs afhankelijk wordt van zijn dienstverlener10 en kostenbeheersing.11 Bij een internationale uitbesteding gaat het onder meer om culturele verschillen,12 geopolitieke risico’s13 en juridische verschillen.14 Een bijkomend probleem is dat na uitbesteding, de belangstelling en betrokkenheid van de uitbestedende onderneming bij de uitbestede processen doorgaans afneemt.15
Uitbesteding heeft in de financiële sector, waar ik ook de pensioensector toe reken, een hoge vlucht genomen. Deloitte schatte in 2004 voor de financiële dienstverleningssector in de Verenigde Staten dat circa 15% van de kosten opgingen aan uitbesteding.16 Voor de Nederlandse financiële sector zijn mij geen actuele, precieze gegevens bekend, met uitzondering voor de pensioensector. Sinds 2007 fluctueert het percentage pensioenfondsen dat meer dan 30%van het vermogensbeheer uitbesteedt, rond de 90. Het percentage pensioenfondsen dat de pensioenadministratie uitbesteedt fluctueert rond de 30.17
De grote schaal waarop tegenwoordig in de financiële sector wordt uitbesteed, heeft bij toezichthouders tot zorgen geleid. Die zorgen betroffen hoe een uitbestedende onderneming leiding kan blijven geven aan haar ondernemingsactiviteiten en haar bedrijfsrisico’s kan blijven beheersen; hoe een uitbesteder de naleving van toezichtsregels kan garanderen en dat haar toezichthouder kan aantonen; en of de bescherming die de toezichtsregels bieden aan cliënten van financiële ondernemingen door zulke uitbesteding wordt ondergraven.18
Vanaf ongeveer het begin van deze eeuw zijn er daarom regels opgesteld om aan die zorgen tegemoet te komen. Zij stellen eisen aan de inhoud van een uitbestedingsovereenkomst, maar ook aan bijvoorbeeld het proces dat tot uitbesteding leidt of tot de beëindiging ervan. Die regels bevatten vaak open normen die interpretatie behoeven.
De uitbestedingsregels zijn gemaakt op uiteenlopende niveaus. Individuele toezichthouders, de Europese regelgever en internationale samenwerkingsverbanden van financiële toezichthouders hebben allemaal vaak meerdere regelingen opgesteld. Meestal zijn die regelingen bedoeld voor een specifieke financiële sector, soms voor meerdere, soms zelfs voor de gehele financiële sector. De diverse regelingen vertonen overeenkomsten, maar ook verschillen. Een onderlinge vergelijking toont al gauw aan dat diverse regelingen lacunes bevatten. Het is met andere woorden “een ratjetoe”. Dat ratjetoe is ook in de Nederlandse regelgeving neergeslagen. Ook de Nederlandse uitbestedingsregels zijn vaak sectoraal, met overlappingen, verschillen en lacunes.