De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/4.4:4.4 Fiscaliteit en het beroep: inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting?
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/4.4
4.4 Fiscaliteit en het beroep: inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting?
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS383126:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Als bedoeld in afdelingen 3.2.4 en 3.2.5 van de Wet IB 2001, waaronder de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstaftrek.
52%.
Furer e.a. p. 195.
Zie voor de coöperatie paragraaf 4.5.
Het voorbeeld is ontleend aan Essers & Van Kempen 2015.
Zie ook Wuisman 2011, p. 266 en Wasch 2015, p. 40.
Wuisman 2011, p. 266.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor zijn de fiscale gevolgen van (het samenwerken in) de verschillende, voor beroepsbeoefenaren relevante, Nederlandse rechtsvormen besproken. De vraag is nu welk belastingregime het meest voordelig is voor samenwerkende beroepsbeoefenaren.
Vaststaat dat beide belastingregimes hun eigen voor- en nadelen kennen. De faciliteiten1 die de ondernemer in de inkomstenbelasting geniet, zijn een duidelijk voordeel van dit belastingregime. Daarentegen lijkt het progressieve tarief een nadeel te zijn ten opzichte van het praktisch niet-progressieve tarief van de vennootschapsbelasting. Zoals eerder gezegd, moet het vennootschapsbelastingtarief echter gecombineerd worden met 25% inkomstenbelasting over de inkomsten uit aanmerkelijk belang. Gezamenlijk leidt dit tot een tarief van circa 43,75%, dat redelijk dicht bij het toptarief2 van de inkomstenbelasting ligt, als de MKB-winstvrijstelling en de ondernemersaftrek worden meegewogen waardoor het maximale tarief voor winst uit onderneming uitkomt op circa 45,76%.
In beginsel is de inkomstenbelasting voordeliger in verband met de faciliteiten in combinatie met het tarief.3 Vanaf een bepaald winstniveau wordt de vennootschapsbelasting (en dus de rechtsvormen die daaraan onderworpen zijn) echter fiscaal aantrekkelijker dan de IB-onderneming. Dit winstniveau wordt ook wel het omslagpunt genoemd. Waar dit omslagpunt ligt, is afhankelijk van tal van factoren zoals van welke faciliteiten men gebruikmaakt, of er gebruik wordt gemaakt van een zogenoemde managementfee, of de mate waarin door een kapitaalvennootschap winst wordt uitgekeerd. Met andere woorden: het omslagpunt zal per individuele onderneming, in welke rechtsvorm deze ook wordt uitgeoefend, anders uitvallen. Er is echter wel een algemene richtlijn te geven ten aanzien van waar dit omslagpunt in de aantrekkelijkheid van de personenvennootschappen versus de BV en de NV4 ligt. Deze is het gemakkelijkst te illustreren aan de hand van een rekensom. In onderstaand voorbeeld is weergegeven vanaf welk punt de vennootschapsbelasting (bij de BV en de NV) fiscaal aantrekkelijker is dan de inkomstenbelasting (personenvennootschappen) voor samenwerkende beroepsbeoefenaren. Hierbij dient te worden opgemerkt dat in dit voorbeeld omwille van de eenvoud de gegevens enigszins gestileerd zijn en slechts de belangrijkste aspecten worden behandeld.
Uitgangspunten:
Beroepsbeoefenaar (ondernemer) die 150.000 euro winst per jaar behaalt.
De beroepsbeoefenaar voldoet aan het urencriterium.
Maximale dotatie Fiscale Oudedag Reserve.
Wenst na overgang naar de BV (vennootschapsbelasting) een salaris van € 75.000 te ontvangen.
De pensioenpremie bedraagt 12.000 euro per jaar.
I. Ondernemer/natuurlijk persoon
Winst uit onderneming
150.000
Dotatie Fiscale Oudedag Reserve
8.631*
(FOR)
Zelfstandigenaftrek
7.280**
15.911 -
134.089
MKB-winstvrijstelling
18.772 -
115.317
Te betalen IB/PVV (heffingskorting 2033 + 1611= 3644)
51.377
Hier komt bij de contante waarde van de IB-claim over de FOR
1.726 +
(Stel 20% over 8.631)
Totale belastingdruk
53.103
3.68 Wet IB 2001.
3.76 Wet IB 2001.
II. BV/NV
Winst
150.000
Salaris directeur
75.000
Te betalen IB/PVV
28.949
Pensioendotatie
12.000+
87.000 -
Belastbaar bedrag
63.000
VPB
12.600 -
12.600 +
Reserves BV
50.400
Te betalen aan IB/PVV en VPB tezamen
41.549
Contante waarde IB-claim over pensioenuitkering, stel 20% over 12.000
2.400
Contante waarde AB-claim over reserves BV, stel 10% over 50.400
5.040
De totale belastingdruk bedraagt
48.989
Figuur 4.1 Voorbeeld Omslagpunt5
In dit voorbeeld ligt het omslagpunt bij omstreeks 150.000 euro. Uiteraard zal dit punt, zoals gezegd, per situatie verschillen (naar aanleiding van onder andere winsten salarisniveaus). Desalniettemin zal naar verwachting het omslagpunt doorgaans rond dit bedrag liggen.6 In zijn algemeenheid zou men dus kunnen stellen dat bij een winst vanaf 150.000 euro (per persoon/vennoot) het voor de beroepsbeoefenaar op fiscale gronden interessant is om te kiezen voor rechtsvormen die aan de vennootschapsbelasting onderhevig zijn. Bij een winst van minder dan 150.000 (per vennoot) zijn de fiscaal transparante samenwerkingsvormen voordeliger. Bij een toename van de winsten zouden beroepsbeoefenaren die reeds samenwerken in een fiscaal transparante rechtsvorm er ook voor kunnen kiezen om een vennootschapsbelastingplichtige entiteit, zoals de BV, als vennoot te laten participeren zodat zij daardoor op een hoger niveau de voordelen van de vennootschapsbelasting kunnen genieten.7