Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht
Einde inhoudsopgave
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/7.1:7.1 Inleiding
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/7.1
7.1 Inleiding
Documentgegevens:
V. Tweehuysen, datum 31-01-2016
- Datum
31-01-2016
- Auteur
V. Tweehuysen
- JCDI
JCDI:ADS456833:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
181. In dit hoofdstuk staan gevallen centraal die samenhangen met zaken. In paragraaf 7.2 ga ik in op bestanddelen en op het daarmee verband houdende eenheidsbeginsel – de tegenhanger van het uniciteitsbeginsel. Aan de orde komt hoe de notie van bestanddeel zich verhoudt tot de notie van algemeenheid. Daaruit blijkt dat de notie van uniciteit in het systeem van de wet niet altijd even belangrijk wordt gevonden. In paragraaf 7.3 komen de hulpzaken oftewel het toebehoren aan de orde. Een categorie zaken die in het tegenwoordige BW geen prominente plaats inneemt, maar op sommige plaatsen in de wet nog terug te vinden is. In het Duitse en Franse recht speelt het toebehoren een grotere rol. Het zal blijken dat zich daarbij een uitzondering op het uniciteitsbeginsel voordoet.