Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/6.6.3.2
6.6.3.2 Toezichtsinformatie van een collega-toezichthouder uit de EU
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS601022:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. HvJEG 27 september 1988, 235/87 (Matteucci), r.ov. 19 en HvJEU 11 juni 1991, C-251/89 (Athanasopoulous), r.ov. 57.
Preciezer geformuleerd gaat het om steun bij “de nakoming van de uit de Verdragen of uit de handelingen van de instellingen van de Unie voortvloeiende verplichtingen” (art. 4, lid 3, VEU).
Art. 56, lid 1, MiFID.
Art. 58 MiFID.
Art. 58, lid 2 en 3, MiFID.
Overweging 63, MiFID en de uitwerking van art. 58, lid 3, MiFID in sub a tot en met f.
Art. 58, lid 2, MiFID.
Zie par. 2.3.2.
Considerans bij de EER-Overeenkomst.
Op de lidstaten van de EU rust een loyaliteitsverplichting.1 Zij zijn gehouden elkaar te steunen en bijstand te verlenen.2 Europese toezichthouders zijn daarom gehouden om informatie over instellingen die onder hun toezicht staan, met elkaar te delen wanneer daarom wordt gevraagd en het delen van die informatie van belang is voor de handhaving van het Europese recht.3
Deze loyaliteitsverplichting wordt gewoonlijk uitgewerkt in de Europese verordeningen en richtlijnen. Ook de MiFID bevat een algemene verplichting tot samenwerking4 en een uitwerking daarvan met betrekking tot de uitwisseling van gegevens.5 Zonder toestemming van de verstrekkende collega-toezichthouder, mag de ontvangende toezichthouder de uitgewisselde gegevens enkel gebruiken voor “zijn taken”.6 Met die “taken” lijkt uitsluitend te worden gedoeld op de taken die de toezichthouder heeft op grond van de MiFID.7 Toch meen ik dat men daaruit niet mag afleiden dat wanneer de Nederlandse toezichthouder bij zijn Europese collega-toezichthouder informatie opvraagt over de dienstverlenende vermogensbeheerder, hij die informatie niet mag gebruiken voor het toezicht op het uitbestedende pensioenfonds. De verstrekkende collega- toezichthouder kan ook toestemming geven voor het gebruik van de uitgewisselde gegevens in het toezicht op het uitbestedende pensioenfonds.8 Uit de Europese loyaliteitsverplichting volgt dat hij die toestemming moet geven, althans voor zover dat toezicht op het pensioenfonds op Europese leest is geschoeid. Voor wat betreft de (naleving van de) prudent person-regel is dat het geval. Voor wat betreft de (naleving van de) uitbestedingsregels is dat implicieter, maar naar mijn mening ook het geval.9
De uitwisseling van toezichtsinformatie binnen de EER sluit hierop aan, maar ligt toch iets ingewikkelder. De EU-loyaliteitsverplichting geldt niet voor de lidstaten van de EER die geen lidstaat van de EU zijn. Toch is het het oogmerk van de EER om tot een homogene economische ruimte te komen.10 De EER-Overeenkomst voorziet in voorschriften om zoveel mogelijk te verzekeren dat voor de EER relevante regelgeving, in de gehele EER op zo uniform mogelijke wijze worden uitgelegd en gehandhaafd.