Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/7.12.4
7.12.4 Aantasting van de bescherming van de verzekerde
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS594993:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
PG Verzekeringsrecht, p. 138-139.
PG Verzekeringsrecht, p. 140.
De Vries 1990, p. 191; Wansink 1994, p. 286; zie ook Van Dam 1995, p. 79.
Mendel 1994, p. 121-124 en in navolging daarvan: Van Huizen 1995, p. 339; Van Dam 1995, p. 79; Van Eijk-Graveland 1999, p. 209; Van Ardenne-Dick 2006, p. 7 en 13; Wansink 2006, p. 315.
Van Huizen 1995, p. 338; Wansink 2006, p. 318; Brevet 2006, p. 135.
Wachter 1984, p. 87-88; Van Dam 1995, p. 80; Van Eijk-Graveland 1999, p. 222.
Brevet 2006, p. 134-135; Asser/Wansink, Van Tiggele & Salomons 7-IX* 2012/565.
Art. 7:928 lid 6 BW, 7:929 lid 1 BW, 7:930 lid 5BW, 7:938 lid 1 BW, 7:939BW, 7:940 lid 3BW, 7:941 lid 5 BW.
236. De verzekeraar vergoedt geen schade aan de verzekerde die de schade met opzet of door roekeloosheid heeft veroorzaakt, zo bepaalt art. 7:952 BW. Het Ontwerp- en de Toelichting-Meijers vermeldden nog dat in dit verband aan de rechtspersoon uitsluitend de gedragingen van een bestuurder worden toegerekend, om te voorkomen dat de kring van personen wier gedragingen te dezen in aanmerking komen, bij rechtspersonen ruimer zou worden getrokken dan in andere gevallen.1 Nadat Pseudovogelpest en Kleuterschool Babbel waren gewezen, heeft de minister deze toevoeging geschrapt.2 Dit deed sommige schrijvers vrezen dat de kring van personen te ruim zou gaan worden getrokken, hetgeen afbreuk zou doen aan de beschermingsgedachte die ten grondslag ligt aan art. 7:952 BW.3Nadat de Hoge Raad in Los Gauchos en Anthony Veder duidelijk had gemaakt dat de strekking van de norm kan meebrengen dat slechts de gedragingen van (zeer) hooggeplaatsten gelden als gedragingen van de rechtspersoon, nam deze vrees af. Er ontstond voldoende vertrouwen dat de Hoge Raad bij de toepassing van het Babbel-criterium op het leerstuk van de eigen schuld van de rechtspersoon in het schadeverzekeringsrecht voldoende rekening zou houden met de daaraan ten grondslag liggende beschermingsgedachte.4 Sommigen nemen aan dat voor het aannemen van eigen schuld van de rechtspersoon alleen de gedragingen en geestestoestanden relevant zijn van bijvoorbeeld de bedrijfsleiding of personen die feitelijk in de positie verkeren zelfstandig op te treden en beslissingen te nemen;5 anderen willen geen algemene uitspraak doen, omdat organisaties nu eenmaal verschillen in omvang en complexiteit.6
237. Het verzekeringsrecht bevat wel meer bepalingen die rechtsgevolgen verbinden aan de kennis, opzet, etc. van de verzekerde. Zo ontstaat de bereddingsplicht van art. 7:957 BW pas wanneer de verzekeringnemer of de verzekerde op de hoogte is van de verwezenlijking van het risico of het ophanden zijn daarvan. Brevet heeft betoogd, hierin gevolgd door Wansink, Van Tiggele en Salomons, dat het begrip verzekerde in art. 7:957 BW dezelfde inhoud heeft als in art. 7:952 BW, zodat bij rechtspersonen alleen kennis van de bedrijfsleiding een bereddingsplicht kan doen ontstaan.7
238. Veel artikelen in titel 7.17 BW verbinden een rechtsgevolg aan de opzet van de verzekerde om de verzekeraar te misleiden.8 In literatuur en rechtspraak komt niet aan de orde wiens opzet geldt als opzet van de verzekerde wanneer de verzekerde een rechtspersoon is. Het ligt voor de hand dat dit telkens de functionaris zal zijn die nauw betrokken was bij de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst of de schadeafhandeling, bijvoorbeeld omdat hij de door de verzekeraar gehanteerde vragenlijst heeft ingevuld of de schademelding heeft gedaan. Een beperking tot bestuurders of de bedrijfsleiding lijkt mij in dit geval niet aangewezen, nu de rechtspersoon-verzekerde zelf kiest wie de verzekering namens de verzekerde aangaat en wie de schademelding doet, terwijl de verzekerde het ontstaan van schade niet op soortgelijke wijze in de hand heeft.