Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.5.3.1:II.5.3.1 Nederlands privaatrecht
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.5.3.1
II.5.3.1 Nederlands privaatrecht
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS499130:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook W.J. Horsten, ‘Gentlemen prefer bonds’, Onderneming & Financiering 2002, nr. 50, p. 52-58; Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013, nr. 362.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Nederlandse privaatrecht zijn obligaties niet afzonderlijk benoemd. In principe gelden daarom de regels voor geldleningen (artikel 7A:1793 BW en artikel 7A:1804 e.v. BW) of voor altijddurende renten (artikel 7A:1807 e.v. BW). Achterstelling van obligatiehouders op andere schuldeisers is mogelijk met inachtneming van het bepaalde in artikel 3:277, lid 2, BW. Hetzelfde geldt in principe voor schatkistpapier, depositocertificaten en commercial paper. Alle genoemde verhandelbare schuldinstrumenten zijn vermogensrechten en belichamen in beginsel rechten aan toonder (artikel 3:6 BWen artikel 3:93 BW).1 De verhouding van de houder van een verhandelbaar schuldinstrument tot de uitgever daarvan is een contractuele verhouding. Zij verschilt in zoverre van de lidmaatschapsachtige verhouding van een aandeelhouder tot een vennootschap. Het privaatrecht laat partijen verder veel vrijheid bij de invulling van hun contractuele verhouding.