Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/2.7
2.7 Geen stemrechtloos aandeel in het NV-recht
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS387735:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie in algemene zinKamerstukken II 2006/07 31 058, nr. 3, p. 7 en 36 (MvT) en Kamerstukken II 2006/07 31 058, nr. 4, p. 5 (Advies Raad van State).
Kamerstukken II 2008/09, 31 058, nr. 6, p. 19 (NV II). Zie ook Kamerstukken II 2011/2012, 32 426, nr. 7, p. 33 (NV II).
Nowak & Van den Ingh 2005 achten de keuze van de minister bij het voorontwerp van het wetsvoorstel vanuit wetsystematisch oogpunt geen juiste. De minister heeft ervan afgezien de gesignaleerde knelpunten bij de NV en de BV alleen voor de BV aan te passen, omdat het karakter van de NV verschilt van de BV. Volgens Nowak & Van den Ingh gaan de doelstellingen, waaronder een grotere inrichtingsvrijheid, van het wetsvoorstel evenzeer voor de niet beursgenoteerde NV op. Voor de beursgenoteerde NV zou dat anders liggen. Zie ook Nowak & Van den Ingh 2007, par. 2, p. 122. Zie voor een pleidooi voor het stemrechtloze aandeel bij de NV vanuit het oogpunt van cash out (de)merger, Koster 2011.
De wetgever heeft er vooralsnog niet voor gekozen het stemrechtloze aandeel ook in de NV in te voeren.1 In de Nota naar aanleiding van het verslag merkt hij daarover op: “De behoefte aan de invoering van stemrechtloze aandelen en aandelen van een bepaalde aanduiding is tot nu toe alleen naar voren gekomen in het kader van het BV-recht. Vooralsnog bestaat er geen aanleiding om dergelijke aandelen ook bij naamloze vennootschappen in te voeren.”2
Dat standpunt staat haaks op het hiervoor in paragraaf 2.2 geschetste pleidooi voor invoering van het stemrechtloze aandeel, juist ook in de NV. Ik refereer aan het geconstateerde probleem van absenteïsme op de algemene vergadering van een NV en de gevolgen voor de besluitvorming en het feit dat vaak een aandeel puur als belegging wordt gehouden, veelal bij beursgenoteerde NV’s. De aandeelhouder is in dat geval dikwijls alleen geïnteresseerd in dividend en waardestijging van het aandeel.
Het gaat in het kader van dit onderzoek te ver om deze discussie te verdiepen. Opvallend is echter wel dat waar het in de discussie, zoals beschreven in paragraaf 2.2, vooral ging om het pleidooi voor het stemrechtloze aandeel bij de NV, de wetgever heeft gekozen voor introductie van dat aandeel in de BV. Niet uit te sluiten is dat ook bij de NV (nog steeds) behoefte is aan het stemrechtloze aandeel.3