Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/7.8.3:7.8.3 Informatie doorgeven vs. zelf actie ondernemen: moment van kennisname
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/7.8.3
7.8.3 Informatie doorgeven vs. zelf actie ondernemen: moment van kennisname
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS601934:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Medicus 1994, p. 13
Broekveldt 2003/151, p. 262-263.
HR 21 maart 1969, NJ 1969/304 (Stasse/Loeff); Rank-Berenschot, GS Verbintenissenrecht, art. 6:114 BW, aant. 16.1 (bijgewerkt tot 1 mei 1993); Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2016/209.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
215. Ook voor iets anders is relevant of de functionaris alleen tot taak heeft de informatie door te leiden of dat hij bevoegd is zelf actie te ondernemen, namelijk voor het moment waarop de rechtspersoon geacht wordt kennis te dragen van het relevante feit. Dat moment kan soms cruciaal zijn. Stel dat de financiële afdeling van Jansen BV een schuld voldoet aan schuldeiser X terwijl de bank van X twee weken eerder haar pandrecht op de desbetreffende vordering heeft meegedeeld aan de accountmanager voor X bij Jansen BV. Iedereen zal het er dan over eens zijn dat Jansen BV niet op redelijke gronden heeft aangenomen dat X nog bevoegd was de betaling te ontvangen (art. 6:34 BW). Mét de accountmanager wist Jansen BV van het meegedeelde pandrecht; het behoort tot diens functie om dergelijke informatie door te leiden aan de afdeling die betalingen verricht. Ontving de accountmanager de mededeling echter twee minuten voordat de betaling werd gedaan, dan zouden velen de situatie vermoedelijk anders beoordelen. Een van de functies van kennis in het recht is het bieden van de kans om zichzelf te beschermen tegen bepaalde nadelige gevolgen (zie par. 2.3). In dat licht is het onbillijk om de rechtspersoon reeds wetend te achten op een moment waarop hij redelijkerwijs nog niet de kans heeft gehad om maatregelen te nemen. Daarom behoort naar mijn mening in het geval de wetende functionaris niet zelf bevoegd of in staat is om de relevante actie te ondernemen, diens kennis pas te gelden als kennis van de rechtspersoon nadat de tijd is verstreken die redelijkerwijs nodig is voor of gemoeid zal zijn met het doorleiden van de informatie naar de bevoegde functionaris.
216. In een Duitse zaak heeft het BGH in 2001 geoordeeld dat wanneer de bevoegde functionaris zijn telefoon doorschakelt naar een niet-bevoegde ondergeschikte (bijvoorbeeld een secretaresse), die ondergeschikte in geval van twijfel naar verkeersopvattingen geldt als gemachtigd om mededelingen in ontvangst te nemen met werking jegens de rechtspersoon. Verwacht kan worden dat het adressaat van de mededeling (de bevoegde medewerker) kennis kan nemen van de mededeling na verloop van de tijd die normaal gesproken nodig is voor het overbrengen van de boodschap. Gaat het om mededelingen tijdens kantooruren gedaan aan iemand die zich binnen het kantoor bevindt, dan vindt het BGH dat de voor overbrenging benodigde tijd op nul kan worden gesteld.1 Uit het voorgaande volgt dat ik dat te ongenuanceerd vind. Beter kan ik mij vinden in een oordeel uit 2009.2 Het betrof een verzekeraar die een cheque had toegezonden aan een verzekerde die op dat moment al failliet verklaard was. De verzekerde verzilverde de cheque twee tot vijf dagen nadat de verzekeraar een brief van de curator had ontvangen over het faillissement. Op grond van § 82 Insolvenzordnung kan een debiteur bevrijdend betalen aan de gefailleerde als hij ten tijde van de betaling geen weet heeft van het faillissement.3 Volgens het BGH moet worden beoordeeld of de debiteur onwetend is op het tijdstip waarop betaling nog verhinderd kan worden. Dat kan tot het moment dat de cheque wordt verzilverd. De debiteur moet worden behandeld alsof hij de relevante kennis heeft, zodra de tijd is verstreken die bij het bestaan van een efficiënt intern informatiesysteem nodig zou zijn geweest om de kennis te verschaffen aan degenen die bevoegd zijn om de beslissing te nemen om betaling te verhinderen. Deze tijdspanne moet volgens het BGH, gezien de stand van de moderne bureau- en communicatietechniek, worden begroot als gering. ‘Gering’ vind ik passender dan ‘nul’, en twee tot vijf dagen zou inderdaad (ruim) voldoende moeten zijn voor het verwerken van informatie over het faillissement van een verzekerde. In de Duitse literatuur is ook in ander verband wel bepleit om rekening te houden met de tijd die nodig is om de geëigende maatregelen te treffen: Medicus vindt dat een verjaringstermijn pas mag gaan lopen na verloop van de tijd die de persoon die bevoegd is een rechtsvordering in te stellen, nodig heeft om de hem aangereikte informatie te verwerken.4
217. Het tijdsverloop kan in het bijzonder van belang zijn bij beslag onder derden. Op grond van art. 475h lid 1 Rv kan een betaling door een derdebeslagene aan de beslagdebiteur die gedaan is nadat het beslag is gelegd, niet tegen de beslaglegger worden ingeroepen, tenzij de derde heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kon worden gevergd om de betaling te voorkomen. Algemeen wordt aangenomen dat de blokkerende werking van het beslag onder een bank geldt vanaf het moment dat de deurwaarder het beslagexploot heeft betekend aan (een filiaal van) de bank.5 Er zal – afhankelijk van het door de bank gehanteerde IT-systeem en de alertheid van haar medewerkers – altijd enige tijd verstrijken tussen het moment van betekening en het moment dat de bank daadwerkelijk in staat is de getroffen bankrekeningen te blokkeren. Er bestaat enige jurisprudentie en literatuur over de vraag in hoeverre van de bank gevergd kan worden dat zij reeds vóór het beslag gegeven betaalopdrachten annuleert wanneer zij eenmaal kennis heeft gekregen van het beslag.6 Een zaak waarin een bank betoogde dat van haar redelijkerwijs niet gevergd kon worden een betaling te voorkomen omdat haar afdeling derdenbeslagen redelijkerwijs nog niet op de hoogte kon zijn van het beslag, gezien de korte tijd tussen de betekening en – bijvoorbeeld – de opname bij een pinautomaat, ben ik echter niet tegengekomen. Gezien het openbare-orde-karakter van het beslagrecht7 kan ik mij voorstellen dat een dergelijk verweer niet zal worden gehonoreerd zodra het tijdsverloop meer bedraagt dan een paar minuten.