Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/5.3.4.3:5.3.4.3 Hoge Raad inzake hotelinventaris
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/5.3.4.3
5.3.4.3 Hoge Raad inzake hotelinventaris
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS414516:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 2 maart 2007, nr. 42 273, BNB 2007/190.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In een arrest met betrekking tot de overdracht van een hotelinventaris door drie partijen, bij wie deze inventaris in onverdeelde eigendom was, aan één verkrijgende hotelier, wekt de Hoge Raad sterk de indruk dat de geruisloze overgang geabstraheerd kan worden van de lichamelijke zaken die worden overgedragen.1 Nadat de Hoge Raad in dit arrest heeft verwezen naar het oordeel van het Hof van Justitie in het arrest Zita Modes, vervolgt de Hoge Raad met vast te stellen dat:
“Vast moet komen te staan dat de overdracht van de goederen onderdeel uitmaakt van een meer omvattend geheel in die zin dat zij deel uitmaakt van de overdracht van een gehele onderneming…”
De Hoge Raad voegt hieraan toe met betrekking tot de toepassing van de geruisloze overgang:
“[…] indien zou vaststaan dat de overdracht van de inventaris heeft plaatsgevonden in het kader van de overdracht van een hotelonderneming of een zelfstandig bedrijfsonderdeel van een hotelonderneming […] die de drie eigenaren van de inventaris voorafgaande aan de overdracht samen, als één ondernemer exploiteerden. Van de overdracht van een onderneming of een zelfstandig onderdeel daarvan is mede sprake, indien de drie eigenaren die inventaris als zodanig voorafgaande aan de overdracht bedrijfsmatig exploiteerden”.
Op basis van deze overwegingen verwijst de Hoge Raad de zaak terug om na te gaan of de overdracht van de hotelinventaris plaatsvond in het kader van de overdracht van een hotelonderneming. Hieruit kan worden afgeleid dat de Hoge Raad oordeelt dat de enkele overdracht van een hotelinventaris buiten de heffing kan blijven op basis van artikel 37d Wet OB 1968, wanneer deze overdracht gebeurt in het licht van een meeromvattend geheel, te weten de overdracht van een hotelbedrijf. In dit verband is overigens interessant dat de verkrijger het pand waarin de inventaris zich bevindt, is gaan huren van een vierde partij. Kennelijk houdt de Hoge Raad rekening met een fiscale eenheid tussen die hotelverhuurder en de drie eigenaren van de inventaris. Alleen in dat geval zou voor de btw immers gesproken kunnen worden van een gezamenlijk geëxploiteerde hotelonderneming die wordt overgedragen. Toepassing van de geruisloze overgang zou in dit geval kenmerken vertonen van de subjectbenadering. Vanuit de objectbenadering is althans evident geen sprake van de overdracht van een hotelbedrijf nu louter inventaris wordt overgedragen. Dat zou alleen anders kunnen zijn indien de overdragende partijen de hotelinventaris voorafgaande aan de overdracht bijvoorbeeld verhuurden. In dat geval wordt die verhuuronderneming overgedragen. Die situatie lijkt de Hoge Raad evenwel niet voor ogen te hebben.