Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.17.5.1
IV.17.5.1 Bevoegdheid tot intrekking
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS377674:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
BVerwGE 24 september 1992, bandnr. 91, 57. Zie ook Kopp/Ramsauer 2014, § 48 VwVfG Rn. 133, Detterbeck 2013, p. 235, Ipsen 2012, p. 178, Erichsen/Ehlers 2010, p. 731.
Zie over intrekking op grond van § 48 lid 1 VwVfG paragraaf 17.3.
OVG Berlijn 16 januari 1998, NVwZ-RR 1999/9. Hoewel de vergunning niet valt onder het bereik van § 48 lid 2 VwVfG, laat de uitspraak wel treffend zien wat een gedeeltelijke intrekking kan inhouden.
Zie ook de opvatting van de wetgever: ‘Der in diesen Fällen dem Betroffenen zugebilligte Anspruch auf Ausgleich des Vermögensnachteils , den er dadurch erleidet, daβ er auf den Bestand des Verwaltungsaktes vertraut hat, soweit sein Vertrauen schutzwürdig ist, stellt das Äquivalent für die nach Absatz 1 Satz 1 uneingeschränkte Rücknahmemöglichkeit dar.’ Zie BT-Dr. 7/910.
Kritisch: Ehlers/Kallerhoff 2009, p. 832.
BVerwGE 28 januari 2010, zaaknr. 3 C 17.09.
Kopp/Ramsauer 2014, § 48 VwVfG Rn. 137 en 138 en Stelkens/Bonk/Sachs 2014, § 48 Rn. 177, 182-184
BVerwGE 7 november 2000, NVwZ-RR 2001/198.
De eerste volzin van het derde lid van § 48 VwVfG bepaalt dat wanneer een begunstigende beschikking die niet onder het bereik van het tweede lid valt, wordt ingetrokken, het bestuursorgaan aan de begunstigde de schade dient te vergoeden die deze laatste heeft geleden doordat hij op de beschikking heeft vertrouwd en dit vertrouwen beschermenswaardig is. Gelet op de tekst, zegt deze bepaling niets over de bevoegdheid tot intrekking. Bepaald is enkel dat wanneer een beschikking wordt ingetrokken, onder omstandigheden een verplichting tot schadevergoeding bestaat. Voor de vraag of een in lid 3 bedoelde beschikking mag worden ingetrokken, is de algemene regel van § 48 lid 1 eerste volzin VwVfG bepalend.1 Daarin is bepaald dat een onrechtmatige beschikking kan worden ingetrokken, hetgeen duidt op een beleidsvrije bevoegdheid tot intrekking. Alvorens tot intrekking over te gaan, dient het bestuursorgaan daarom een belangenafweging te maken.2 In dat kader dient het bestuursorgaan bijvoorbeeld na te gaan of kan worden volstaan met een gedeeltelijke intrekking. Een voorbeeld biedt een uitspraak van het Oberverwaltungsgericht Berlijn uit 1999 met betrekking tot de gedeeltelijke intrekking van een vergunning om te bouwen.3 Er was een vergunning verleend voor onder meer de bouw van woningen, een winkel, een parkeergarage en enkele losse parkeerplaatsen. Voor zover de vergunning zag op de aanleg van een aantal van de parkeerplaatsen werd deze ingetrokken, omdat een en ander, naar later bleek, in strijd was met onder meer de geldende bouwverordening. Het Oberverwaltungsgericht moest de vraag beantwoorden of een gedeeltelijke intrekking mogelijk was. Deze vraag werd bevestigend beantwoord:
‘Diese […] Eingriffsmöglichkeit ist der Behörde eingeräumt, um einen rechtswidrigen Verwaltungsakt im Wege einer nachträglichen Reduzierung seines Regelungsinhalts oder -umfanges mit der geltenden Rechtsordnung in Einklang zu bringen; diese Befugnis trägt damit zugleich dem Prinzip der Verhältnismäßigkeit belastender staatlicher Eingriffe Rechnung. Angesichts dieses Regelungszieles der Eingriffsermächtigung muβ es als erfoderlich, aber auch als ausreichend angesehen werden, daβ die Baugenehmigung hinsichtlich des zurückgenommenen Teils zum einen in dem erörterten Sinn objektiv teilbar ist und daβ zum anderen dem Bauherrn eine rechtlich existenzfähige und sinnvoll nutzbare Restgehehmigung belassen wird. […] Unter Berücksichtigung dieser Kriterien kann im vorliegenden Fall die Teilbarkeit der Baugenehmigung bezüglich der hinteren 22 Stellplätze nicht bezweifelt werden. Diese Fläche läβt sich aufgrund ihrer Bezeichnung in dem angefochtenen Bescheid und der den tatsächlichen Ausbauzustand berücksichtigenden näheren Umschreibung im Ortsbesichtigungstermin vor dem beschlieβenden Senat innerhalb des Gesamtvorhabens räumlich und gegenständlich eindeutig abgrenzen. Durch ihren Wegfall entsteht auch keine hinsichtlich der erforderlichen Stellplätze unzureichende und deshalb insgesamt rechtswidrige Restbaugenehmigung.’
Een punt waarover discussie bestaat is of eventueel gerechtvaardigd vertrouwen van de begunstigde een rol speelt in de op grond van § 48 lid 1 VwVfG te maken belangenafweging. Gelet op de tekst van § 48 lid 3 VwVfG speelt vertrouwen immers enkel een rol bij beantwoording van de vraag of compensatie geboden moet worden.4 De gedachte lijkt te zijn dat eventueel gerechtvaardigd vertrouwen aan de zijde van de begunstigde wordt beschermd door het bieden van compensatie.5 Ook het Bundesverwaltungsgericht lijkt daarvan uit te gaan:
‘Da begünstigende Verwaltungsakte, die nicht unter Art. 48 Abs. 2 BayVwVfG fallen, ohne Rücksicht auf Vertrauensschutzgesichtspunkte zurückgenommen werden können, sich das öffentliche Rücknahmeinteresse also ohne Weiteres durchzusetzen vermag, ist dieses Interesse auf der Stufe des Nachteilsausgleichs nicht mehr relevant. Der Konflikt zwischen Rechtssicherheit und Rechtmäßigkeit ist bereits zugunsten der Rechtmäßigkeit aufgelöst. Die Ausgleichsverpflichtung bildet demgemäß das Äquivalent der freien Rücknehmbarkeit […].’6
Echter, niet altijd zal geleden schade kunnen worden gecompenseerd door het bieden van een schadevergoeding. Daarom wordt wel aangenomen dat onder omstandigheden eventueel gerechtvaardigd vertrouwen van de begunstigde wel meegenomen dient te worden in de door het bestuursorgaan op grond van § 48 lid 1 VwVfG te verrichten belangenafweging.7 Een en ander wordt ook erkend door het Bundesverwaltungsgericht.8