Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/6.3.2.0
6.3.2.0 Introductie
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS588583:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
§ 18 (1) AktG.
§ 16 AktG: verbunden durch Mehrheitsbeteiligung, § 17 AktG: Abhängigkeitsverhältnis, § 19 AktG: wechselseitige Beteiligung, § 292 AktG: schuldrechtliche Unternehmensverträge.
§ 18 (2) AktG.
§ 18 (1) AktG. Er bestaat discussie in de literatuur of een vennootschap tegelijkertijd onderdeel kan uitmaken van een Gleichordnungskonzern en een Unterordnungskonzern. Emmerich & Habersack 2013, p. 74-75.
Liao 2012, p. 28; Denny 2013, p. 9; Emmerich & Habersack 2013, p. 62-71.
De grondslag waarop een gegeven relatie tussen verbonden ondernemingen gekwalificeerd wordt als een concernverhouding vloeit voort uit § 18 AktG. De bepaling luidt als volgt:
Sind ein herrschendes und ein oder mehrere abhängige Unternehmen unter der einheitlichen Leitung des herrschenden Unternehmens zusammengefaßt, so bilden sie einen Konzern; die einzelnen Unternehmen sind Konzernunternehmen. Unternehmen, zwischen denen ein Beherrschungsvertrag (§ 291) besteht oder von denen das eine in das andere eingegliedert ist (§ 319), sind als unter einheitlicher Leitung zusammengefaßt anzusehen. Von einem abhängigen Unternehmen wird vermutet, daßes mit dem herrschenden Unternehmen einen Konzern bildet.
Sind rechtlich selbständige Unternehmen, ohne daßdas eine Unternehmen von dem anderen abhängig ist, unter einheitlicher Leitung zusammengefaßt, so bilden sie auch einen Konzern; die einzelnen Unternehmen sind Konzernunternehmen.
Op grond van deze bepaling, in samenhang met hetgeen §§ 15-19 AktG stelt, kan een concern(vermoeden) tot stand komen op grond van een meerderheidsdeelneming, het bestaan van doorslaggevende invloed, het sluiten van een Unternehmensvertrag, het overgaan tot Eingliederung of het voeren van einheitlichen Leitung (centrale leiding). Bij het bestaan van een Unternehmensvertrag zoals een Beherrschungsvertrag is er ontegenzeggelijk sprake is van een concernrelatie. Bij het bestaan van alleen een afhankelijkheidsrelatie, wordt een concernverhouding vermoed. Dit vermoeden kan worden weerlegd.1 Het begrip centrale leiding heeft een belangrijke functie bij het vaststellen of in een gegeven situatie daadwerkelijk sprake is van een concern. Wanneer één of meer ondergeschikte ondernemingen onder centrale leiding vallen, worden deze ondernemingen gezien als concern. Anders gesteld: verbonden ondernemingen onder centrale leiding vallen onder het concernbegrip in de zin van § 18 AktG. Verbonden ondernemingen zonder centrale leiding kunnen worden geschaard onder één van de overige categorieën van § 15 AktG.2
Het AktG onderscheidt een horizontaal georganiseerde groep, een Gleichordnungskonzern3 van een verticaal georganiseerde groep, een Unterordnungskonzern.4 Er is sprake van een Gleichordnungskonzern bij aansturing onder centrale leiding zonder dat er afhankelijkheidsverhoudingen bestaan, bijvoorbeeld in het geval van interlocking directories. De ondernemingen zijn ten opzichte van elkaar nevengeschikt en staan niet in een hiërarchische verhouding.
Bij een Unterordnungskonzern is er wel sprake van een hiërarchische verhouding tussen de concernleden. De heersende onderneming oefent centrale leiding uit over minstens één ondergeschikte onderneming. De heersende onderneming heeft in een dergelijk geval dikwijls de meerderheid van het stemrecht in de ondergeschikte onderneming. Een Unterordnungskonzern kent drie mogelijke regimes: (I) het Vertragskonzern (het contractuele concern), §§ 291 e.v. AktG, (II) de Eingliederung, §§ 319 e.v. AktG en (III) het Faktischer Konzern (het feitelijke concern), §§ 311 e.v. AktG.5
Figuur 6.1 Schematische weergave van concerntypen naar Duits recht