Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/159:159 Verbintenis tot overdracht of vestiging van een beperkt recht
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/159
159 Verbintenis tot overdracht of vestiging van een beperkt recht
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 22-08-2025
- Datum
22-08-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD23360:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aldus Parl. Gesch. Boek 3, p. 397, Kortmann 1996 in nr. 2 van zijn annotatie van het arrest Spaarbank Rivierenland/Gispen q.q. in AA en Snijders/Rank-Berenschot 2007, nr. 316.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een verbintenis tot overdracht van een goed of de vestiging van een beperkt recht zoals een pandrecht voldoet derhalve aan het bepaalbaarheidsvereiste als deze ten laatste op het moment van de overdracht van het goed of de vestiging van het recht voldoende bepaald kan zijn. Voldoende bepaalbaar is bijvoorbeeld een verbintenis die X verplicht tot verpanding aan Y, uiterlijk dertig dagen na het sluiten van de overeenkomst waaruit deze verbintenis is ontstaan, van één vordering, door A te kiezen uit de tien vorderingen die X op het moment van het aangaan van de overeenkomst heeft op B. Deze verbintenis is voldoende bepaalbaar om de reden dat zij op het moment waarop het pandrecht gevestigd dient te worden, uiterlijk dertig dagen na het sluiten van de overeenkomst, voldoende bepaald kan zijn. Zij dient uiterlijk dertig dagen na het sluiten van de overeenkomst voldoende bepaald te zijn om een geldige titel voor de verpanding door X aan Y te kunnen zijn. Deze verbintenis zal voldoende bepaald zijn, indien en zodra A binnen die termijn de door X te verpanden vordering van X op B aanwijst. Doet A zulks, dan is er, aangenomen dat aan de overige aan een geldige titel gestelde vereisten voldaan is, een geldige titel voor de verpanding door X aan Y van de door A aangewezen vordering van X op B. Laat A aanwijzing van één vordering van X op B na, dan vloeit uit de overeenkomst geen geldige titel voor verpanding van enige vordering van X voort.
Het verbintenisrechtelijke bepaalbaarheidsvereiste is voor titels die een overdracht of de vestiging van een beperkt recht rechtvaardigen niet alleen te vinden in art. 6:227 BW, maar eveneens in art. 3:84 lid 2 BW. Het bepaalbaarheidsvereiste in art. 3:84 lid 2 BW stelt geen andere (strengere) eisen aan de bepaalbaarheid daarvan dan art. 6:227 BW.1 Toch is het in art. 3:84 lid 2 BW bepaalde geen overbodige herhaling van hetgeen in art. 6:227 BW is bepaald, nu art. 6:227 BW uitsluitend ziet op verbintenissen uit overeenkomsten en art. 3:84 lid 2 BW tevens op verbintenissen uit de wet.