Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/2.4.2
2.4.2 Interpretatie in rechtsvinding
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS420612:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor meer uitgebreide behandeling zie onder meer: Asser/Scholten Algemeen deel I 1974, blz. 36 e.v., F.T. Groenewegen, Wetsinterpretatie en rechtsvorming, Den Haag: Boom Juridische Uitgevers 2006, A. van Dongen, De harmonisatie van de btw, Amersfoort: Sdu Fiscale en Financiële Uitgevers 2007, blz. 268 en A.H. Bomer, De doorwerking van algemene rechtsbeginselenin de BTW, Deventer: Kluwer 2012, blz. 112.
Asser/Scholten Algemeen deel I 1974, blz. 45.
In Unierechtelijk verband is het moeilijk de totstandkomingsgeschiedenis van een bepaling te achterhalen. Buiten een summiere toelichting bij een richtlijn of de considerans bij het verdrag is vaak weinig bekend over de geheime beraadslaging van Raad en Europese Commissie die tot regelgeving heeft geleid. Het Hof van Justitie past de wetshistorische interpretatiemethode dan ook weinig toe in btw-zaken.
Zie bijvoorbeeld HvJ EU 7 maart 2013, nr. C-424/11, V-N 2013/28.17 (Wheels) over doel en strekking van de vrijstelling van artikel 135 lid 1 onderdeel g Btw-richtlijn.
Zie bijvoorbeeld HvJ EU 13 juni 2013, nr. C-62/12, V-N 2013/32.23 (Galin Kostov).
HvJ EU 9 april 2013, nr. C-85/11, V-N 2013/24.13 (Commissie/Ierland) is hiervan een sprekend voorbeeld. Zie in andere zin, A.H. Bomer, De doorwerking van algemene rechtsbeginselen in deBTW, Deventer: Kluwer 2012, blz. 112.
HvJ EU C-174/08, V-N 2009/56.14, r.o. 23 (NCC Construction Denmark).
A.H. Bomer, De doorwerking van algemene rechtsbeginselen in de BTW, Deventer: Kluwer 2012, blz. 112 en Ch.P.A. Geppaart, Fiscale rechtsvinding in het kader van de Europese Unie, Deventer: Kluwer 1996, blz. 32. Zie ook A.O. Lubbers, ‘De “beslissing met uitgestelde werking” als tegemoetkoming bij rechtsdwaling in het belastingrecht?’, WFR 2007/1803.
Zoals hiervoor duidelijk is geworden, is bij iedere rechterlijke arbeid interpretatie aan de orde, of nu sprake is van een duidelijk omschreven regel of niet. Veelal wordt bij het bespreken van de interpretatieve arbeid van de rechter met name gekeken naar de interpretatiemethoden die de rechter hierbij ter beschikking staan. De volgende interpretatiemethoden passeren doorgaans de revue.1
Bij grammaticale interpretatie gaat de rechter op zoek naar de juiste uitleg van een bepaling op basis van de bewoordingen ervan. De systematischeinterpretatie (ook wel: contextuele interpretatie) beoogt te achterhalen hoe de uit te leggen bepaling zich verhoudt tot de regeling waar deze onderdeel van is en zelfs hoe de regeling zich verhoudt tot het recht als geheel.2Om te bepalen op welke wijze een regeling dient te worden uitgelegd, kan de rechter aansluiting zoeken bij de totstandkomingshistorie van de regeling of de bepaling. Dit wordt de wetshistorische interpretatie genoemd.3 Bij gebruikmaking van de teleologische interpretatiemethode gaat het Hof van Justitie op zoek naar het doel en de strekking van een bepaling4 of het doel van het btw-systeem als geheel.5
Hoewel weinig is af te dingen op een dergelijke methodologische indeling van verschillende wijzen van interpreteren, acht ik deze voor de doeleinden van mijn onderzoek onbevredigend en ontoereikend. Ten eerste omdat deze de indruk wekt dat de rechter die een zaak moet beslechten een menukaart heeft van interpretatiemethoden, waarvan steeds een intellectuele keuze wordt gemaakt om tot een redelijke uitleg te geraken. Deze mechanische suggestie staat haaks op de door mij geschetste wijze van rechtsontwikkeling. Bovendien is bijvoorbeeld in de rechtspraak van het Hof van Justitie geen aanwijzing te vinden dat het op deze wijze te werk gaat. Veelal worden verschillende interpretaties (grammaticaal, systematisch, teleologisch) in ogenschouw genomen alvorens tot een beslissing te komen.6 Het Hof van Justitie geeft aan dat bij uitleg van Unierecht steeds de bewoordingen, de context en de doelstelling van de bepaling in ogenschouw worden genomen.7 In die zin is het in kaart brengen van de verschillende interpretatiemethoden niet wezenlijk anders dan het beschrijven van de vulpen of computer van een rechter. Het zijn instrumenten die helpen tot de beslissing te komen, maar zeggen niets over de inhoud ervan.
Dit brengt mij bij mijn tweede reden om de methodologische indeling onbevredigend te achten. Deze wordt namelijk vrijwel steeds gepresenteerd als een trap of glijdende schaal. Hierbij wordt dan veelal gesuggereerd dat grammaticale interpretatie het meest heteronoom is, en daarom de voorkeur geniet of krijgt, en de teleologische (of analogische) interpretatie het meest autonoom is, en daarom met terughoudendheid moet worden toegepast.8 Hiervoor moge duidelijk zijn geworden dat ik die suggestie onjuist acht.
Deze argumenten leiden tot de conclusie dat een zuiver methodologische benadering van de interpretatieve arbeid ontoereikend is voor mijn onderzoek. Het beantwoordt wellicht een deel van de vraag hoe een rechtsnorm aan zijn toepassingsbereik komt, maar mist de vraag naar het waarom, en verschaft bovendien geen houvast om te beoordelen of het toepassingsbereik van een rechtsnorm als juist of wenselijk moet worden aangemerkt.