Het pre-insolventieakkoord
Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/9.3:9.3 Doelstellingen en uitgangspunten
Het pre-insolventieakkoord 2016/9.3
9.3 Doelstellingen en uitgangspunten
Documentgegevens:
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het onderstaande wordt de Aanbeveling verder besproken. Waar relevant wordt naar de onderliggende Impact Assessment verwezen.
De Aanbeveling heeft tot doel lidstaten aan te moedigen een stelsel in te voeren waardoor levensvatbare ondernemingen in financiële moeilijkheden zich in een vroeg stadium en op snelle en efficiënte wijze kunnen herstructureren om hun insolventie te voorkomen.1
De Commissie stelt vast dat in sommige lidstaten ondernemingen zich pas in een betrekkelijk laat stadium kunnen herstructureren in het kader van een formele insolventieprocedure en dat in andere lidstaten de procedures niet zo doeltreffend zijn als ze zouden kunnen zijn.2 Zij concludeert dat het daarom nodig is om de “inefficiënties die een belemmering vormen voor de vroege herstructurering van levensvatbare ondernemingen in financiële moeilijkheden terug te brengen en zodoende de kosten van herstructurering te verlagen.”3 De Commissie merkt op dat efficiënte insolventiestelsels, behalve het toegankelijker maken van herstructureringsprocedures voor kleine en middelgrote ondernemingen, het ook voor kredietverstrekkers eenvoudiger maken de risico’s van kredietverstrekking te beoordelen.4
Om een vroegtijdige aanpak te faciliteren en de snelheid en efficiëntie te bevorderen, staat de Commissie een debtor-in-possession model voor met een grote mate van flexibiliteit en een minimum aan rechterlijke betrokkenheid: “om de efficiëntie te bevorderen en vertraging en kosten te beperken, zouden de nationale preventieve herstructureringsstelsels flexibele procedures moeten behelzen, waarbij alleen gerechtelijke formaliteiten worden vereist wanneer die noodzakelijk en evenredig zijn ter bescherming van de belangen van de schuldeisers en andere belanghebbenden (…). Om onnodige kosten te voorkomen en het vroege karakter van de procedure te weerspiegelen, zou de schuldenaar in beginsel de zeggenschap over zijn activa moeten behouden en zou de benoeming van een bemiddelaar of toezichthouder niet verplicht mogen zijn (…).”5
De Commissie wil met de Aanbeveling het volgende bereiken:6
een verlaging van de kosten van het beoordelen van de risico’s van investeringen in een andere lidstaat;
een verhoging van uitkeringspercentages voor schuldeisers;
het wegnemen van de moeilijkheden die zich bij de herstructurering van grensoverschrijdende groepen voordoen.