Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.7.2.3
II.7.2.3 Securitisatie
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS499089:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook I.H.T. Reiniers, Effecten van effectisering; BTW-consequenties van de securitisatie van hypothecaire vorderingen, Deventer: Kluwer 2007, p. 27-29. Overigens zijn allerlei activa voor securitisatie geschikt. Het belangrijkste is dat zij een redelijk constante kasstroom genereren.
Zie voor een uitwerking van diverse securitisatiestructuren: J.J. de Vries Robbé, Securitization Law and Practice, Alphen aan den Rijn: Kluwer Law International 2008.
Vgl. J.J. de Vries Robbé, Securitization Law and Practice, Alphen aan den Rijn: Kluwer Law International 2008, p. 3-5.
W.P. Otto, ‘Securitisatie’, BtwBrief 2000, 19.
Securitisatie (ook wel effectisering genoemd) is het in effecten verkopen van samengebundelde activa. Als die activa geldvorderingen zijn, vertoont securitisatie overeenkomsten met factoring.1 De kern is dat een specifiek voor de securitisatie opgerichte vennootschap (een special purpose vehicle; SPV) vorderingen koopt van degene die ze te gelde wil maken (de originator). De overdracht van vorderingen aan de SPV kan vervolgens zowel eenmalig als doorlopend plaatsvinden. De SPV financiert de aankoop voornamelijk door de uitgifte van effecten, veelal obligaties. De administratie en inning van de vorderingen blijft meestal de verantwoordelijkheid van de originator. Het is niet ongebruikelijk dat de originator daarvoor een vergoeding krijgt van de SPV, wiens vorderingen het immers betreft na de overdracht. Mededeling van de verkoop aan de debiteuren vindt in principe alleen plaats bij een notification event, zoals een naderend faillissement van de originator.2
Eén van de overeenkomsten tussen securitisatie en factoring is dat tot de motieven voor het aangaan van de transactie in beide gevallen financiering van de verkoper en het hem ontlasten van kredietrisico’s kunnen behoren.3 Verder schijnt het voor te komen dat ook bij een securitisatie de SPV op de koopprijs van activa een vergoeding in mindering brengt, welke issuer fee wordt genoemd.4 Ook kan in beide gevallen sprake zijn van een doorlopende koop en verkoop van vorderingen. In vergelijking met undisclosed factoring lijkt bij een doorlopende securitisatie van handelsvorderingen vooral de persoon van de koper te verschillen (factor respectievelijk SPV).