Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/158:158 Bepaalbaarheid van verbintenissen
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/158
158 Bepaalbaarheid van verbintenissen
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD23361:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over dit verbintenisrechtelijke bepaalbaarheidsvereiste Asser/Hartkamp 4-I 2004, nr. 23 en Asser/Hartkamp 4-II 2005, nr. 224-237. Zie over het verbintenisrechtelijke bepaalbaarheidsvereiste in relatie tot de verpanding van vorderingen Verdaas 2001, p. 215-217.
Vgl. Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1123 en Asser/Hartkamp 4-II 2005, nr. 224-225.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een rechtsgeldige vestiging van een pandrecht vereist een geldige titel, een rechtsgrond die de verpanding rechtvaardigt.1 In het algemeen zal dit een verbintenis uit een overeenkomst zijn waarin de vestiging van het pandrecht is overeengekomen. Deze verbintenis rechtvaardigt de vestiging van het pandrecht doordat deze daartoe verplicht.
Iedere verbintenis dient te voldoen aan het vereiste dat deze voldoende bepaalbaar is.2 Dit verbintenisrechtelijke bepaalbaarheidsvereiste is gecodificeerd in art. 6:227 BW. Een verbintenis is voldoende bepaalbaar indien haar inhoud kan worden vastgesteld, zodat kan worden bepaald waartoe zij verplicht. Een verbintenis die onvoldoende bepaalbaar is, is onbestaanbaar en kan derhalve geen geldige titel van verpanding opleveren.
De verbintenis hoeft niet reeds op het moment van het ontstaan van de verbintenis, veelal het sluiten van de overeenkomst, voldoende bepaald te zijn. Op dat moment is voldoende dat de verbintenis voldoende bepaalbaar is. Voldoende bepaalbaar is een verbintenis als deze een zodanige inhoud heeft dat zij, ten laatste op het moment waarop gepresteerd moet worden, voldoende bepaald kan zijn.3