Uitbesteding in de financiële sector
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/6.6.1:6.6.1 De Awb-bevoegdheden en de inlichtingenbevoegdheid van DNB en de AFM
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/6.6.1
6.6.1 De Awb-bevoegdheden en de inlichtingenbevoegdheid van DNB en de AFM
Documentgegevens:
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS601020:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 2005-2006, 30413, nr. 3, p. 158. Een dergelijke overweging komt in de toelichting op de Wft niet voor.
Kamerstukken II, 2005-2006, 30413, nr. 3, p. 128.
Zie par. 6.5.3 en 6.5.4.
Dit volgt uit het evenredigheidsbeginsel (art. 5:13 Awb), waarover par. 6.5.3.1. Zie ook par. 6.6.2.2 voor de vraag wanneer de toezichthouder zich rechtstreeks tot de dienstverlener mag wenden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het toezicht richt zich bij uitbesteding op de uitbesteder. Het is echter de dienstverlener die de onder toezicht staande activiteiten uitvoert. Toch heeft de wetgever er (bij de Pensioenwet) welbewust van afgezien om de dienstverlener onder rechtstreeks toezicht te plaatsen. Een dergelijke bepaling zou vanwege het territorialiteitsbeginsel slechts werking hebben tegenover dienstverleners die in Nederland zijn gevestigd. Voor zulke in Nederland gevestigde dienstverleners is een dergelijke bepaling bovendien overbodig. De toezichthouder beschikt immers op grond van de Awb reeds over instrumenten jegens derden aan wie pensioenuitvoerders taken hebben uitbesteed.1 In aanvulling op deze Awb-bevoegdheden, verdient ook de inlichtingenbevoegdheid van de toezichthouder zelf vermelding. Ook deze bevoegdheid werkt in beginsel jegens een ieder en dus ook jegens een (in Nederland gevestigde) dienstverlener.2
Deze bevoegdheden heb ik hierboven reeds behandeld.3 Hoewel zij in beginsel jegens een ieder werken, moet er een redelijk vermoeden bestaan dat de dienstverlener over gegevens beschikt die de toezichthouder voor zijn taak nodig heeft. Ook moet de toezichthouder in beginsel proberen de gewenste informatie van het uitbestedende pensioenfonds te verkrijgen.4