Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/3.6:3.6 Conclusie
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/3.6
3.6 Conclusie
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS413299:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Scholten Algemeen deel I 1974 blz. 89, onder verwijzing naar het werk van de Amerikaan J.C. Gray.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het vaststellen en ontwikkelen van normen in het btw-recht is in belangrijke mate overgeleverd aan de genade van het Hof van Justitie. Het is de taak van het Hof van Justitie om zijn ‘awesome power’1 te gebruiken op een wijze die leidt tot materiële rechtszekerheid met bewaking van zijn externe en interne legitimiteit.
Uit de aard van de prejudiciële procedure en de wijze waarop het Hof van Justitie prejudiciële vragen beantwoord volgt dat het Hof van Justitie stap-voor-stap bouwt aan de juridische redeneringen en principes die de fundamenten vormen van de reikwijdte van rechtsnormen in het btw-recht. Dit heeft tot gevolg dat rechtspraak van het Hof van Justitie in btw-zaken steeds in een bredere context moet worden beschouwd. Iedere stap vormt een bijdrage aan het door feitelijke voorvallen beheerste leven van een rechtsnorm. De collegiale samenwerking met de nationale rechters speelt hierin een essentiële rol.
In dit licht is begrip en waardering op te brengen voor het gestage bouwen aan het Unierecht door het Hof van Justitie. Kritiek op uitspraken van het Hof van Justitie is evenwel mogelijk. Niet altijd wordt voldoende feitelijk en juridisch onderscheid gemaakt wanneer een precedent wordt ingeroepen ter beantwoording van een prejudiciële vraag. Dit leidt potentieel tot rechtsonzekerheid. In het bijzonder is dit het geval waar een principiële lijn botst met normen van formele of (fiscaal)technische aard.
Daarnaast is niet steeds duidelijk waar sprake is van doorslaggevende principes en waar slechts feitelijke handreikingen worden gedaan aan de nationale rechter in nood. Dit leidt in voorkomend geval tot een idee dat de juridische redenering slordig of onzorgvuldig is geformuleerd. Dergelijke onduidelijkheid kan slechts worden opgelost door nieuwe vragen te stellen. In dit verband is kritiek mogelijk op nationale rechters, die in voorkomend geval meer van het Hof van Justitie vragen dan het Hof van Justitie kan geven. In dit kader beveel ik aan meer fiscaal specialisten aan te stellen in de ondersteuning van het Hof van Justitie.
In het vervolg van mijn onderzoek zal ik voorgaande inzichten over de rol van het Hof van Justitie in het vormen en groeien van rechtsnormen in de btw inzetten om meer begrip te krijgen over de reikwijdte van de geruisloze overgang en aanpalende rechtsnormen in de btw.