Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/3.2
3.2 Legitimatie van het Hof van Justitie
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS413298:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie over dit onderwerp uitgebreid K. Lenaerts, ‘The Court’s Outer and Inner Selves: Exploring the External and Internal Legitimacy of the European Court of Justice’, in: M. Adams, H. de Waele, J. Meussen en G. Straetmans (red.), Judging the Judges, Oregon: Oxford and Portland 2013.
Zie onder meer HvJ EG 5 februari 1963, nr. 26/62, Jur. 1984, blz. 3763 (Van Gend & Loos), HvJ EG 15 juni 1964, nr. 6/64, ECLI:EU:C:1964:66 (Costa Enel). Het Hof van Justitie is daarmee ‘pivotal’ geweest bij de ontwikkeling en integratie van het EU recht. Zie in dit verband, P. Graig en G. de Búrca (eds.), The evolution of EU law, Oxford: Oxford University Press 2011, blz. 363.
J. Mazák en M. Moser merken in dit verband beeldend op: “The gap, the lacuna, therefore is […] the ‘natural habitat’ of general principles of law, and […] in het history of the jurisprudence of the Court, the filling of normative gaps, accordingly, is not only the first, but arguably the most natural function of such principles.” Zie J. Mazák en M. Moser, ‘General Principles: The Mangold Case Law’, in: M. Adams, H. de Waele, J. Meussen en G. Straetmans (red.), Judging the Judges, Oregon: Oxford and Portland 2013, blz. 71. Zie met betrekking tot de de doorwerking van algemene rechtsbeginselen in de btw A.H. Bomer, De doorwerking van algemene rechtsbeginselen in de BTW, Deventer: Kluwer 2012.
Dit wil overigens niet zeggen dat geen voorbeelden bestaan van btw-zaken waarin het Hof van Justitie naar mijn idee teveel op de stoel van de richtlijn- en wetgever gaat zitten. Een voorbeeld is de uitspraak in HvJ EU 17 september 2014, nr. C-7/13, BNB 2015/74 (Skandia America Corporation).
K. Lenaerts, ‘The Court’s Outer and Inner Selves: Exploring the External and Internal Legitimacy of the European Court of Justice’, in: M. Adams, H. de Waele, J. Meussen en G. Straetmans (red.), Judging the Judges, Oregon: Oxford and Portland 2013, blz. 14.
De legitimiteit van (de rechtspraak van) het Hof van Justitie kan vanuit verschillende oogpunten worden beschouwd.1 De externe legitimiteit heeft te maken met de institutionele positie van het Hof van Justitie. Het gaat om het trekken van de ‘horizontale’ grens tussen rechtspreken en politiek bedrijven op het niveau van de Unie, maar ook om het trekken van een ‘verticale’ grens tussen de nationale gerechten en het Hof van Justitie zelf. Deze grenzen van externe legitimiteit bepaalt het Hof van Justitie uiteindelijk zelf door te bepalen in hoeverre het op de stoel van de regelgever plaatsneemt of op dit vlak een terughoudende rol inneemt. Aangenomen moet worden dat een rechter die te weinig acht slaat op de scheiding der machten, aan gezag en legitimiteit verliest.
Het Hof van Justitie heeft sinds het begin van zijn bestaan een actieve rol ingenomen. Met rechtspraak over bijvoorbeeld de directe werking van het Unierecht bepaalde het Hof van Justitie in belangrijke mate het bereik van het EU recht en zijn eigen rol daarin.2 Daarnaast beschermt het Hof van Justitie de Europese integratie zoals neergelegd in het VEU door in vergaande mate problemen op te lossen die strikt genomen moeten worden geacht tot het takenpakket van andere Europese instituties te horen. Het gebrek aan slagkracht als gevolg van ontbrekende consensus bij die andere instituties wordt op die wijze door het Hof van Justitie ondervangen. Ook beginselen als het evenredigheidsbeginsel en het effectiviteitsbeginsel zijn door het Hof van Justitie ontwikkeld teneinde lacunes in het EU-recht in te vullen. De algemene beginselen van Unierecht spelen als gevolg daarvan een belangrijke rol in de rechtspraak van het Hof van Justitie.3 De externe legitimiteit van het Hof van Justitie leidt niet zelden tot kritische geluiden, maar vormt geen onderwerp van mijn onderzoek naar de ontwikkeling van rechtsnormen in de btw. In btw-zaken zijn geen duidelijke voorbeelden van arresten waarin de grens tussen de taak van het Hof van Justitie en de andere instituties van de Unie expliciet aan de orde is.4
Mijn onderzoek richt zich op de interne legitimiteit van de rechtspraak van het Hof van Justitie. De interne legitimiteit kijkt naar de kwaliteit van de rechtspraak. Zijn de uitspraken te volgen? Is de juridische redenering sterk genoeg om te overtuigen? Sluit een uitspraak aan bij het bestaande recht? Het Hof van Justitie zal aan interne legitimatie verliezen wanneer voorgaande vragen regelmatig met ‘nee’ moeten worden beantwoord, aangezien dat zal betekenen dat recht wordt gewezen aan de hand van onbekende criteria die leiden tot arbitraire of onvoorzienbare uitkomsten.5 Vanzelfsprekend bestaat een belangrijk raakvlak tussen de externe en interne legitimatie. Wanneer het Hof van Justitie onbegrijpelijke uitspraken zou doen, heeft dit gevolgen voor de externe legitimiteit, bijvoorbeeld in de relatie tot nationale gerechten. Indien de antwoorden van het Hof van Justitie veelal onbevredigend blijken, zullen nationale gerechten minder snel prejudiciële vragen stellen en bovendien eerder hun eigen plan trekken in weerwil van antwoorden die reeds zijn gegeven.
Hierna bespreek ik een aantal elementen in de rechtspraak van het Hof van Justitie dat betrekking heeft op de interne legitimatie. De wijze waarop het Hof van Justitie prejudiciële vragen beantwoordt, is naar mijn idee namelijk van invloed op de inhoud van rechtsnormen in de btw en vooral, ons begrip daarvan. Aan de hand van enkele algemene kenmerken van de taak en positie van het Hof van Justitie en enkele specifieke aan de casuïstiek ontleende kenmerken van de rechtspraak van het Hof van Justitie tracht ik houvast te bieden in de ruis die in voorkomend geval ontstaat tussen het Hof van Justitie en de beoefenaren van Unierecht. Mijn voorbeelden zoek ik hierbij in de btw-zaken van het Hof van Justitie.