Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/I.1.3.2.2
I.1.3.2.2 Afbakening van het onderzoek
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS377647:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Den Ouden 2010, p. 691.
Vgl. Ortlep 2011, p. 419: ‘De enige bevoegdheid die in artikel 4:6 Awb dan ook is neergelegd, is de discretionaire bevoegdheid van het bestuursorgaan om een nieuwe aanvraag, waarin geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden (nova) zijn vermeld, zonder toepassing te geven aan artikel 4:5 Awb, onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking, af te wijzen.’
Zie onder meer HvJ EG 13 januari 2004, AB 2004/58 m.nt. Widdershoven, JB 2004/42 m.nt. Verheij (Kühne & Heitz).
Zie hierover uitgebreid Ortlep 2011, p. 419 e.v.
Buiten het bereik van dit onderzoek valt de herroeping van een beschikking bij de beslissing op bezwaar. In de bezwaarfase vindt een volledige heroverweging plaats van het bestreden besluit, zowel wat betreft rechtmatigheid als wat betreft doelmatigheid. Het betreft zogenaamde verlengde besluitvorming.1 Dat is een wezenlijk andere situatie dan de situatie waarin het bestuursorgaan, ambtshalve of op verzoek van een derdebelanghebbende en los van een door een belanghebbende ingesteld rechtsmiddel, tot intrekking besluit.
Ook art. 6:19 Awb valt buiten de reikwijdte van dit onderzoek. In dit artikel is bepaald op welke wijze moet worden omgegaan met de situatie waarin hangende het bezwaar of beroep een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit wordt genomen. De bepaling zegt niets over de vraag of en zo ja, op welke wijze een beschikking door een bepaald bestuursorgaan mag worden ingetrokken en is dientengevolge niet relevant in het kader van dit onderzoek. Meer algemeen wordt in dit onderzoek geen aandacht besteed aan de procedurele aspecten rondom intrekking. Het onderzoek beperkt zich tot de materiële aspecten van de intrekking.
Een bepaling die eveneens buiten beschouwing blijft is art. 4:6 Awb. Dit artikel bepaalt in hoeverre een bestuursorgaan gehouden is om een herhaalde aanvraag in behandeling te nemen. Het betreft dus een meer procedurele bepaling welke ziet op het al dan niet bestaan van een verplichting tot heroverweging. Art. 4:6 Awb geeft dan ook geen antwoord op de vraag onder welke voorwaarden een bestuursorgaan een eerder gegeven beschikking mag intrekken of wijzigen.2 Om die reden blijft deze bepaling buiten beschouwing. Ook de in dat kader relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) met betrekking tot de vraag in hoeverre nova kunnen leiden tot een intrekkingsverplichting3 blijft buiten beschouwing.4