Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/5.3.3
5.3.3 Beslotenheid van de (flex-)BV
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS382887:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 12-17 (MvT).
Zie Bijlage 2.
Kamerstukken II 2008/09, 31 058, nr. 6, p. 13 (NV II). Zie ook Kamerstukken II 2008/09, 31 058, nr. 7, p. 14 (Nota van wijziging).
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 13 en 49 (MvT).
Vgl. art. 2:194 BW: de verplichting tot het bijhouden van een aandeelhoudersregister. Kamerstukken II 2008/09, 31 058, nr. 6, p. 20 (NV II).
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 12-13 en 49-53 (MvT). In Kamerstukken II 2008/09, 31 058, nr. 6 (NV II), p. 20, verwoordt de wetgever het besloten karakter als volgt: “Dat de flexibele bv is toegesneden op besloten verhoudingen blijkt ook uit het voorgestelde artikel 195, waarin als wettelijk uitgangspunt is opgenomen dat een aandeelhouder die een of meer van zijn aandelen wil overdragen, deze eerst moet aanbieden aan zijn medeaandeelhouders.” en op p. 22: “Een blokkeringsregeling is bedoeld om in de interne verhoudingen de beslotenheid te waarborgen (…).”
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 13 (MvT). Op p. 14 en 15 van de MvT wordt dit verder toegelicht.
Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel van de flex-BV heeft de wetgever aandacht besteed aan het besloten karakter van de BV.1 De wetgever stelt dat de BV zich in de praktijk heeft ontwikkeld tot een rechtsvorm die met name wordt gebruikt in besloten verhoudingen. Door de afschaffing van de verplichte blokkeringsregeling van art. 2:195 (oud) BW2 kan echter een belangrijk middel, dat de beslotenheid van de BV vormgeeft, verdwijnen. Niettemin heeft de wetgever als hoofdregel gekozen voor een aanbiedingsregeling in art. 2:195 BW. Art. 2:195 lid 1 BW bepaalt dat voor een geldige overdracht van aandelen vereist is dat de aandeelhouder die een of meer aandelen wil vervreemden, deze eerst aanbiedt aan zijn mede-aandeelhouders naar evenredigheid van het aantal aandelen dat ten tijde van de aanbieding door ieder van hen wordt gehouden, tenzij de statuten anders bepalen. Aan houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding waaraan ingevolge een statutaire regeling geen stemrecht of recht op deling in de winst of reserves toekomt, kunnen slechts aandelen van dezelfde soort of aanduiding worden aangeboden. Ook hiervan kan statutair worden afgeweken. De aandeelhouder ontvangt, indien hij dit verlangt, van de mede-aandeelhouders een prijs, gelijk aan de waarde van zijn aandeel of aandelen, vastgesteld door een of meer onafhankelijke deskundigen. Indien vaststaat dat niet al de aandelen waarop het aanbod betrekking heeft tegen contante betaling worden gekocht, zal de aanbieder de aandelen binnen drie maanden na die vaststelling vrijelijk mogen overdragen. De overdraagbaarheid van aandelen kan bij de statuten ook voor een bepaalde termijn worden uitgesloten. Voor een dergelijke regeling is de instemming vereist van alle houders van aandelen waarop de uitsluiting van de overdraagbaarheid betrekking heeft, zo bepaalt art. 2:195 lid 3 BW. De overdraagbaarheid van aandelen kan bij de statuten ook op andere wijze dan overeenkomstig art. 2:195 lid 1 of lid 3 BW worden beperkt. Een overdracht in strijd met een statutaire beperking is ongeldig. Een dergelijke statutaire regeling moet zodanig zijn dat een aandeelhouder die zijn aandelen wil overdragen, indien hij dit verlangt, een prijs ontvangt, gelijk aan de waarde van zijn aandeel of aandelen, vastgesteld door een of meer onafhankelijke deskundigen. De statuten kunnen voorzien in een daarvan afwijkende prijsbepalingsregeling, welke regeling niet aan een aandeelhouder tegen zijn wil kan worden opgelegd. Bepalingen in de statuten omtrent de overdraagbaarheid van aandelen vinden geen toepassing, indien de overdracht door die bepalingen onmogelijk of uiterst bezwaarlijk is, tenzij dit het gevolg is van een statutaire uitsluiting als bedoeld in lid 3 of een statutaire prijsbepalingsregeling waaraan de aandeelhouder is gebonden, zo bepaalt art. 2:195 lid 5 BW. Indien de aandeelhouder krachtens de wet tot overdracht van zijn aandeel aan een eerdere houder verplicht is, vinden art. 2:195 lid 1 BW en bepalingen in de statuten omtrent overdraagbaarheid geen toepassing.
De hoofdregel van lid 1 is dus de aanbiedingsregeling. Van deze hoofdregel kan bij statuten worden afgeweken, in die zin dat sprake is van een beperking of tijdelijke uitsluiting van de overdraagbaarheid (lid 3 en 4). Art. 2:195 lid 3 BW staat er niet aan in de weg dat de uitsluiting van de overdraagbaarheid wordt beperkt tot aandelen van een bepaalde soort of aanduiding.3 Dat geldt dus ook voor stemrechtloze aandelen. Overdraagbaarheid kan niet geheel worden uitgesloten of uiterst bezwaarlijk worden gemaakt (lid 5). Ook kan worden bepaald dat in het geheel geen aanbiedingsregeling geldt.4 Indien van een dergelijke, statutaire afwijking geen sprake is, geldt de wettelijke aanbiedingsregeling en is voor een geldige overdracht vereist dat de aandeelhouder zijn aandelen eerst aanbiedt aan zijn medeaandeelhouders.
De wetgever heeft geen verandering gebracht in het feit dat aandelen in een BV op naam luiden, zodat bekend is wie de aandeelhouders zijn.5 Aandelen aan toonder zijn niet toegestaan. Dat past bij een rechtsvorm waarin de betrokkenen relatief veel ruimte hebben om hun onderlinge verhoudingen naar eigen inzicht vorm te geven. Bovendien komt daarmee het besloten karakter van de BV tot uitdrukking. Daarnaast leidt de aanbiedingregeling en de verplichte op naam stelling van aandelen tot voldoende onderscheid ten opzichte van de NV, aldus de wetgever.6 Aandeelhouders kunnen verder vorm geven aan het besloten karakter van de BV door de wettelijke bepalingen inzake statutaire verplichtingen (art. 2:192 BW), statutaire verplichtingen tot aanbieding en overdracht (art. 2:195a BW) en statutaire eisen aan het aandeelhouderschap (art. 2:195b BW). Wat betreft de statutaire verplichtingen wordt meer vrijheid geboden ten aanzien van de inwerkingtreding, sanctionering en ontheffing van statutaire verplichtingen en wordt het mogelijk gemaakt verplichtingen tussen aandeelhouders onderling of jegens derden in de statuten op te nemen (art. 2:192 BW), aldus de wetgever.7