Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.13.3.4.1
III.13.3.4.1 Temporele werking van de intrekking
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS378957:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1981, 16947, nrs. 3 en 4, p. 7.
Art. 14 lid 1 RWN.
Art. 14 lid 1, paragraaf 2 HRWN.
Met als nuancering dat de intrekking niet verder kan terugwerken dan tot de datum waarop de RWN is herzien, te weten 1 april 2003. Zie art. 14 lid 1, paragraaf 1 HRWN.
De Groot en Tratnik 2010, p. 130.
Zie C2/8.1 en C5/4 Vc 2000.
Vindt intrekking plaats omdat de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt, dan wel gegevens heeft achtergehouden, dan werkt de intrekking terug tot het moment waarop de vergunning werd verleend. Vgl. C2/8.1 Vc 2000. Wordt de verblijfsvergunning asiel ingetrokken omdat de grond voor intrekking is komen te vervallen, dan werkt de intrekking terug tot het moment waarop de grond is komen te vervallen. Vgl. C2/8.4 Vc 2000.
ABRvS 26 maart 2007, JV 2007/ 255 en ABRvS 12 september 2007, JV 2007/476. Zie voor terugwerkende kracht bij het intrekken wegens het niet meer voldoen aan een beperking: ABRvS 26 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9028.
In de jurisprudentie is een uitzondering gemaakt in geval van toepasselijkheid van Besluit nr. 1/80 van de bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije in het leven geroepen Associatieraad van 19 september 1980 betreffende de ontwikkeling van de associatie. Zie hierover HvJ EU 29 maart 2011, C- 187/10, JV 2011/486 m.nt. Oosterom-Staples (Unal), ABRvS 5 december 2011, ECLI:NL: RVS:2011:BU7533 en ABRvS 5 juni 2013, JV 2013/269.
Onder de RWN geldt als hoofdregel dat de intrekking van het Nederlanderschap geen terugwerkende kracht heeft. Een en ander is gecodificeerd in art. 2 lid 1 RWN:
‘Tenzij de wet anders bepaalt, hebben de verkrijging en het verlies van het Nederlanderschap geen terugwerkende kracht.’
Het doel van deze bepaling is het waarborgen van de rechtszekerheid.1 Een uitzondering op voornoemd uitgangspunt bestaat, zoals blijkt uit voornoemde tekst, voor situaties waarin bij wet is bepaald dat de intrekking wel terugwerkende kracht heeft.2 Tot op heden heeft de wetgever slechts ingeval intrekking van het Nederlanderschap plaatsvindt wegens fraude3 gekozen voor terugwerkende kracht van de intrekking. Dit heeft te maken met het feit dat met de intrekking wordt beoogd de gevolgen van het frauduleus handelen van de vreemdeling volledig te corrigeren.4 De betrokkene wordt geacht nimmer Nederlander te zijn geweest.5 Het belang van het onderscheid tussen intrekking van het Nederlanderschap ex tunc en intrekking van het Nederlanderschap ex nunc kan aanzienlijk zijn. Immers, indien het Nederlanderschap ex tunc wordt ingetrokken wordt de betrokkene geacht gedurende een bepaalde periode Nederlander te zijn. Een en ander heeft met name gevolgen voor de nationaliteit van kinderen die zijn geboren tijdens het Nederlanderschap van de betrokkene.6
In de Vw 2000 is niet expliciet iets bepaald over de mogelijkheid een vergunning welke is verleend op grond van die wet met terugwerkende kracht in de trekken. In de Vreemdelingencirculaire is bepaald dat de verblijfsvergunning asiel (zowel die voor bepaalde als die voor onbepaalde tijd) met terugwerkende kracht wordt ingetrokken.7 Indien dus intrekking plaatsvindt op grond van de artikelen 32 en 35 Vw 2000 geldt dat die intrekking terugwerkende kracht heeft. Afhankelijk van de grond voor intrekking werkt de intrekking al dan niet terug tot het moment waarop de verblijfsvergunning asiel is verleend.8
Ten aanzien van de verblijfsvergunning regulier bepaalt de Vreemdelingencirculaire niets over de mogelijkheid de vergunning met terugwerkende kracht in te trekken. Uit de jurisprudentie blijkt dat een en ander niettemin is toegestaan, bijvoorbeeld in gevallen waarin intrekking plaatsvindt omdat de vreemdeling onjuiste of onvolledige informatie had verstrekt.9,10