De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.13.3.4.2:III.13.3.4.2 Terminologie
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.13.3.4.2
III.13.3.4.2 Terminologie
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS381338:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1998/99 26732, nr. 3, p. 25.
Art. 14 lid 3 Vw 2000.
Art. 3.4 Vb 2000.
Voor de regels hieromtrent verwijst art. 14 lid 3 Vw 2000 naar het Vreemdelingenbesluit.
Art. 14 lid 4 en 28 lid 2 Vw 2000.
M.u.v. art. 18 lid 1 onder b Vw 2000
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de RWN worden alleen de termen ‘intrekken’ en ‘verlies’ gebruikt. Zoiets als ‘wijziging van het Nederlanderschap’ is immers niet mogelijk. Er bestaat niet zoiets als het Nederlanderschap met daaraan verbonden bepaalde voorschriften, welke onder omstandigheden ook weer kunnen worden gewijzigd.
In de Vw 2000 wordt zowel de term wijzigen als de term intrekken gebruikt. Gelet op de wettelijke bepalingen, is het wijzigen van de verblijfsvergunning slechts mogelijk indien het een verblijfsvergunning regulier betreft. In de eerste plaats kan een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd worden gewijzigd vanwege het bepaalde in art. 14 lid 1 onder c Vw 2000. Met de term wijzigen in deze bepaling wordt bedoeld het wijzigen van de beperking waaronder de vergunning is verleend.1 Zoals reeds aangegeven wordt een verblijfsvergunning altijd verleend onder een beperking verband houdende met het verblijfsdoel.2 In het Vreemdelingenbesluit 2000 is aangegeven in verband waarmee beperkingen aan de verblijfsvergunning kunnen worden verbonden.3 Gedacht kan worden aan beperkingen in verband met gezinshereniging, het verrichten van arbeid in loondienst of het volgen van een studie. Deze beperking kan worden gewijzigd.4
Naast het intrekken en wijzigen van een verblijfsvergunning is het op grond van de Vreemdelingenwet 2000 mogelijk een dergelijke vergunning na afloop van de looptijd daarvan niet te verlengen. Vanzelfsprekend is dit slechts mogelijk indien het een verblijfsvergunning (regulier of asiel) voor bepaalde tijd betreft. De geldigheidsduur van deze vergunningen is beperkt.5 Na afloop van de geldigheidsduur kan de vergunning op aanvraag van de vreemdeling worden verlengd. Het wettelijk kader voor het verlengen van de geldigheidsduur van de vergunning, is identiek aan dat voor het intrekken van de vergunning. Met betrekking tot de verblijfsvergunning regulier is de bevoegdheid tot het niet verlengen van de geldigheidsduur van de vergunning neergelegd in art. 18 Vw 2000 en de intrekkingsbevoegdheid in art. 19 Vw 2000. De voorwaarden zijn echter nagenoeg identiek.6 De bevoegdheid om de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel niet te verlengen dan wel een dergelijke vergunning in te trekken zijn beide neergelegd in art. 32 Vw 2000. Ook hier geldt dat de voorwaarden identiek zijn.